communicatie, ICT, media, blog en publicatie

Israël bestaat en is de meest legitieme natie ter wereld

Recensie

Jarenlang slaat blogger Martien Pennings je met waarheden over Israël om de oren en is hij boos als iemand een andere mening verkondigt. Die beschuldigt hij dan van het hebben van “oude links-regressieve neigingen”  of in het ergste geval van “antisemitisme”. Dat moet je allemaal eens opschrijven, drongen goede vrienden al jarenlang aan. Vorige week stommelde ik een steile trap van driehoog in een grachtenpand te Amsterdam op en zag daar op de eettafel daadwerkelijk het eerste echte papieren boek van zijn hand: “Israël bestaat, en is de meest legitieme natie ter wereld.” Ik ben natuurlijk graag bereid de eerste recensie over dit prachtboek te schrijven.

Inhoudsopgave:
Bij het bekijken van de inhoudsopgave blijkt al dat Pennings dikke balken tot kleine planken zaagt. “Wie is toch de auteur van dit prachtboek?” heet één van de hoofdstukken. Het tweede hoofdstuk is getiteld: “Hersenspoeling door de media: anti-Israël en pro-Palmaffia”. “Obama: Islamofilie en Israëlhaat” is ook zo’n mooie titel. Je hoeft het hoofdstuk haast al niet meer te lezen om te weten wat er in staat. Het boek sluit dan ook af met de uitroep: “Biden is qua Israël erger dan Obama.”

Inleiding
Terwijl ik de inhoudsopgave van het boek van Martien Pennings doorlees en mij afvraag wat deze anti-Islam-activist nu eigenlijk wil bewijzen, besluit ik eerst eens de inleiding door te lezen. Is het misschien mogelijk, dat er een vraagstelling in de inleiding staat, waarna Martien stap voor stap en hoofdstuk voor hoofdstuk naar de beantwoording van de vraagstelling en uiteindelijk de conclusie gaat? Veel mensen weten het namelijk niet, maar Martien Pennings heeft wel degelijk een academische opleiding in de historische wetenschappen afgesloten.

Afbeelding links: Het Sykes-Picot-plan (1916)

Het heeft allemaal wel even geduurd, omdat hij op de MAVO al de neiging had leraren en andere boven hem gestelde functionarissen tegen hun benen te zeiken, maar op vierenveertigjarige leeftijd heeft hij dan toch een “bul” zoals dat zo mooi heet, ontvangen. Weliswaar moest daar een andere “grumpy old man“ uit de muppet-show, zijnde Maarten van Rossem, aan te pas komen, maar dan heb je ook wat.

Martien Pennings stelt geen vragen , maar geeft antwoorden. Dat doet hij het liefst met zo grof mogelijk taalgebruik om de waarheid van zijn stellingen nog eens te onderstrepen. Eén van de stellingen in het boek: “Arabierië en Iran (zeg maar: de Islam) willen de Joden vermoorden. Je kunt er nog aan toevoegen: in samenwerking met Westers regressief-links, maar dat is het dan ook wel in a nutshell.”

Aan het einde van de inleiding stuit ik op een opmerkelijke doelstelling van het boek: “Dit boek is geschreven met de bedoeling de betonnen koppen van regressief-links Nederland te penetreren, terwijl ik tegelijk géén illusie heb dat dit boek gelezen gaat worden door datzelfde narcistisch-hedonistisch Nederland”. Deze zin typeert in hoge mate de persoon Martien Pennings, omdat hij blijkbaar heel hard schreeuwt tegen een groep mensen, waarvan hij niet gelooft, dat ze naar hem luisteren. Aan de ene kant heeft Martien veel zelfkennis, want als je mensen voortdurend uitscheldt voor “Palmaffia”, “regressief” en “betonkop”, dan zullen die mensen niet tot luisteren geneigd zijn. Aan de andere kant blijft hij schelden omdat er heel veel woede in hem schuilt. Het is de vraag of hij zelf weet waar die woede vandaan komt. Waarschijnlijk is het gezegde van de befaamde Franse schrijver Jean-Paul Sartre hier van toepassing: “De hel, dat zijn de anderen.” De schrijver heeft een goed hart, maar zijn omgeving brengt hem steeds tot razernij. In de inleiding wordt wel duidelijk welke thema’s de schrijver tot razernij brengen namelijk: (regressief) links, dé Islam en nationaal-socialisme. Het is een beperkte en overzichtelijke wereld, die een structurele irritatie teweeg brengt.

“Wie is toch de auteur van dit prachtboek”

In dit eerste hoofdstuk laat Martien Pennings zich helemaal gaan, in die mate dat het toch weer grappig wordt. Hij beschrijft uitgebreid wie hij is, waar hij vandaan komt en hoe hij hiertoe gekomen is. Hij doet daarbij één ding helemaal goed, want hij citeert mijn eigen boek (“Vijftig Jaar Palestina Komitee”; 2019) .

Pennings blijkt de theorie van het cultuurmarxisme aan te hangen. Daarmee verwijst hij naar de ideologen van het Forum voor Democratie, met boeken als “Cultuurmarxisme er waart een spook door Europa” van Paul Cliteur, “Avondland en identiteit” van Sid Lukkassen en “De aanval op de natiestaat”, door FvD leider Thierry Baudet. 

De theorie van het “cultuurmarxisme” houdt in, dat het marxisme aan het einde van de jaren zestig reeds op zijn retour was, maar door de ‘68-beweging opnieuw opgewarmd. Thema’s als milieu, klimaat, derde wereld, rechten voor sexuele minderheden, vrouwenrechten en atoomenergie, worden met het “cultuurmarxisme” in verband gebracht. Vooral het toen in 1968 benadrukte hedonisme en de daarmee verbonden sexuele vrijheid worden door deze schrijvers bekritiseerd.  De klassenstrijd is afgeschaft, maar de  “marxisten” van de jaren zestig proberen hun immateriële doelen nog steeds te verwerkelijken door de culturele revolutie van 1968.  

In het kader van de toen ontstane “derde-wereld-beweging” is ook de kritiek op Israël toegenomen. Martien Pennings noemt dit als één van zijn beweegredenen om zich met dit thema bezig te houden. “Ik denk dat ik gelijk op met veel Israëli’s ben gaan haten. Dat mogen Joden natuurlijk niet, want alleen Palestijnen mogen haten”.  Haat is natuurlijk een hele slechte en tegenwerkende factor als je afgestudeerd historicus bent. Door de haat wordt je verblind en kan je de nuances niet meer zien.

In het verlengde van deze haat komt de tweede persoonlijk motivatie van Martien Pennings, namelijk kritiek op de Islam en de “linkse collaboratie met de Islam” om de hoek kijken. “Het genotzuchtige linkse wegkijken van de werkelijkheid; Ik ben een soort Israël geworden; Ik vecht voor mijn humaniteit; Ik dreig te verliezen in een oceaan van gekte.” Die motivaties kan je bij veel seculiere niet-Joodse pro-Israël activisten herkennen. Er zit een anti-Islam-element in en het besef dat we in een hele gekke wereld vol geweld wonen. Israël is dan het laatste baken van westerse normaliteit , beleefdheid en goed fatsoen.

Martien beschrijft in hetzelfde hoofdstuk uit welke hoek hij komt:  Een beweging van bloggers, die in 2004 is ontstaan en die we wel eens onbeleefd aanduiden als de “Erfgenamen van Theo van Gogh”.  Na de moord op de filmmaker van Gogh gingen meer mensen zich verdiepen in de Islam en daarover schrijven op Internet, vooral omdat de “main stream media” dat niet deden of op een manier deden die als “ wegkijken en goedpraten” werd ervaren. Ebru Umar, Peter Breedveld, Hoeiboei en Keesjemaduraatje zijn in die tijd als blogger actief geworden.

Veertien jaar geleden deed de schrijver van zich horen door, tijdens een podiumdiscussie in debatcentrum De Rode Hoed, luid schreeuwend op te springen en tegen de Islam te fulmineren.  Deze act wordt door Margalith Kleijweght in Vrij Nederland (11-12-2007) beschreven: “ De boze bloggers van de Rode Hoed, ik moet het land redden”. Martien Pennings over die discussieavond over de Islam in de Rode Hoed : “De grijze figuur in dat zwarte jasje op de eerste rij, die querulant die voortdurend probeerde te interrumperen en via lichaamstaal aangaf het met het verloop van de discussie niet eens te zijn, was ik. Noem mij uit die 1400 jaar geschiedenis van de Islam één positief ding, een fatsoenlijke maatschappij, een bijdrage aan mensenrechten en beschaving.”

Waarom Israël de meest legitieme natie ter wereld is.
Als de pro-Palestina-beweging altijd eenzijdig het negatieve over Israël bericht en vanwege deze demonisering en selectieve verontwaardiging antisemitisch genoemd kan worden, gaat Martien Pennings juist het tegenovergestelde beweren en noemt Joden slim gewetensvol en nuttig. Dat Joden overal veel jaloezie opwekken en dat ze de uitvinders van de wetenschap zijn. Hij legt ook uit waarom dat zo is. “Zo komt het dus, dat de Joden in de geschiedenis nooit een probleem zijn geweest, altijd een oplossing. Een denkend volk met een geweten, dat nooit agressie pleegt als je ze met rust laat”. Hiermee schep Pennings aan het begin van het boek al een probleem. Antisemitisme is erg, maar overdreven filosemitisme, de andere kant van de medaille, wekt ook wantrouwen.

Pennings vervolgt: “De Joden op de vlucht voor het absolute kwaad, kwamen het relatieve goede brengen met instemming van het geweten van de wereld, de Volkerenbond. En werden opnieuw geconfronteerd met datzelfde absolute kwaad. In die strijd zijn ze overeind gebleven en die strijd voeren ze nog steeds.” 

Martien Pennings problematiseert nergens in het boek. Pennings weet, stelt en vertelt de waarheid in hoofdletters. Hij onderzoekt wel andere meningen, zoals die van Chris van der Heijden (Israël een onherstelbare vergissing, 2008) en Ari Shavit (Mijn beloofde land 2017), maar trekt vervolgens alles uit de kast om die andere schrijvers te beledigen en zwart te maken.  

In die zin is het boek meer een verzameling van polemieken, dan een doordacht werk waarin een stelling onderzocht en uitgelegd wordt. Het is een goed boek voor mensen die het allemaal al weten of voor diegenen die graag sterk willen staan in een discussie met Israël-haters. Is alleen jammer dat dat soort discussie nauwelijks nog plaats vinden.

Een voorbeeld van zo’n drastische stelling is het verhaal over de conferentie van San Remo (april 1920) waar de grondslag voor de oprichting van de staat Israël is gelegd. Volgens Martien Pennings is daarmee de staat Israël internationaal rechtelijk gelegitimeerd. Toch is daar nog wel wat op af te dingen, tenminste het zou geproblematiseerd moeten worden. Na de Eerste Wereldoorlog, die door Duitsland en het Ottomaanse Rijk verloren werd, trokken de overwinnaars, Groot-Brittannië en Frankrijk een paar rechte lijnen over de landkaart en creëerde op die manier invloedssferen en later staten, zoals Irak, Syrië, Libanon, Jordanië en Egypte.In dat kader ontstond ook de belofte aan zionistische organisaties, een Joodse staat op te richten of toe te staan. In de Volkerenbond van destijds zaten echter alleen de Westerse mogendheden, terwijl de nieuwe Arabische staten pas later tot de internationale gemeenschap toetraden. In de Verenigde Naties , door Pennings consequent als “Verenigde Nazis” aangeduid, hebben wel alle derde wereld landen en jonge Arabische staten zitting. Dat is ook de oorzaak voor de hetze tegen Israël in die Verenigde Naties. Een merendeel van de landen in de VN worden namelijk dictatoriaal geregeerd en voelen zich solidair met de andere voormalig gekoloniseerde landen. 

Sykes-Picot
In dat verband is het interessant dat het Sykes-Picotverdrag in dit boek niet genoemd wordt. 

Het Sykes-Picotverdrag was een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916 waarin zij afspraken maakten over hun invloedssfeer in Zuidwest-Azië als de  Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk en Rusland erin zou slagen het Ottomaanse Rijk te verslaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot en de Brit Mark Sykes. De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.

De verdeling van het gebied tussen de twee overwinnaars had grote gevolgen voor de relaties tussen het Westen en de Arabische bevolking. Sykes-Picot leidde tot weerzin van de Arabische tegen de Westerse wereld.

De lijnen die deze onderhandelaars destijds, meer dan honderd jaar geleden,  over de landkaart hebben getrokken zijn in grote mate nog steeds bepalend voor de landsgrenzen in het gebied. Tegelijkertijd heeft het trekken van landsgrenzen door het zand ertoe geleid dat er regionale conflicten, tussen Koerden en Turken, tussen sjiieten en soennieten, op zijn getreden. Ook het conflict tussen Israël en omringende staten is uiteindelijk veroorzaakt door de linialen van Sykes en Picot.

De resolutie van San Remo kan je beschouwen als één van de stappen tot het stichten van de staat Israël, net als de Balfour verklaring, de geheime Sykes-Picot-afspraken, en Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 29 november 1947, beter bekend als Resolutie 181 of het VN-verdelingsplan.

Het is goed dat Martien Pennings dit allemaal nog eens duidelijk beschrijft voor een klein publiek. Ik noem het een klein publiek, omdat door het taalgebruik in het boek en de scheldpartijen tegen tegenstanders of mensen met een andere mening dan Pennings, de mensen waar het betoog werkelijk voor bedoeld is, namelijk de pro-Palestijnse activisten en de D66-Groenlinks-kiezers, er geen kennis van zullen willen nemen. In dat opzicht is dit opnieuw een discussie tussen doven, waarbij het maar helemaal de vraag is, of deze discussie nu, in september 2021 nog gevoerd moet worden, want zoals Pennings schrijft: “Israël bestaat” en een hele grote jongen die het land daar weer weg krijgt.

Westelijke Jordaanoever
Een interessante discussie in het boek betreft de vraag of de staat Israël het gebied ten westen van de Jordaan ( Judea en Samaria, Westelijke Jordaanoever) mag beheersen. Volgens Martien Pennings natuurlijk wel en hij noemt alle voorkomende redenen in het boek: Joden hebben altijd al in het gebied gewoond; In het Britse Mandaat voor Palestina stond zelfs een deel van Jordanië als onderdeel van de toekomstige Joodse staat aangemerkt; De staat Jordanië heeft twee maal vanuit het gebied Israël aangevallen; Israël kan als veroveraar van het gebied in de oorlog van 1967, het gebied besturen. Allemaal goede religieuze- en staatsrechtelijke redenen, door Martien Pennings beschreven en aangevoerd, om de Westelijke Jordaanoever te bezetten en te besturen.

Ook in de discussie over de Westelijke Jordaanoever ontbreken de tegenwerpingen en discussies. Eén van de tegenwerpingen die gemaakt zou kunnen worden is, dat als het staatsrechtelijk allemaal zo goed geregeld is, waarom dan de inwoners van de Westelijke Jordaanoever een andere status hebben. Het staatsburgerschap wordt hen onthouden. Ik geef toe, dat wat Israël ook doet of besluit, het toch nooit goed is. In dat opzicht is deze halfslachtige situatie nog het beste te beheersen. Het argument dat “Joden een moreel recht hebben zich in Judea en Samaria (dat is de Westelijke Jordaanoever) te vestigen, omdat ze er al duizenden jaren woonden en omdat “volgend jaar in Jeruzalem” een centrale mythe in het Jodendom is, zijn natuurlijk in de hedendaagse wereldpolitiek geen steekhoudende argumenten. Alle andere argumenten om het in 1967 veroverde gebied niet op te geven worden trouwens wel in het boek genoemd. Ik vind de twee sterkste argumenten: Dat het voor de verdediging van Israël noodzakelijk is en dat er op dit moment geen partner voor vrede is.


Hoofdstuk 2: Hersenspoeling door de media, anti-Israël en pro-Palmaffia

In de titel wordt alweer de vraagstelling en de conclusie vastgelegd. Je hoeft het hoofdstuk nauwelijks nog te lezen om te weten wat er in staat. Waarom zijn de media en publieke opinie in Nederland, vergeleken met 1970, kritischer over Israël? Antwoord: “hersenspoeling”. Waarom is Martien Pennings dan niet meegehersenspoeld? Dan zal dan wel komen door de in de inleiding gememoreerde “hele hoge intelligentie” van de heer Pennings.

Martien Pennings klaagt en scheldt over de eenzijdige berichtgeving van zo’n beetje alle kranten behalve de Telegraaf en vraagt zich af wat mogelijk de reden hiervan zou kunnen zijn: Door de Islam en door Europa. Ik vind dat geen overtuigende argumenten. Volgens mij is deze trend van kritiek op Israël  sinds het jaar 1982 gaande en heeft twee oorzaken, namelijk de in de jaren tachtig drastisch opgetreden ontkerkelijking en het feit dat Israël in dat jaar Libanon veroverde en daarmee een aanvallende en sterke militaire kracht in het Midden Oosten werd. Nederlandse journalisten  kunnen zich wel met een ‘underdog’ identificeren, maar Israël was vanaf dat jaar geen ‘underdog’ meer.
 

Hoofdstuk 5: De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina versterkt door het oorlogsrecht.

Ook bij het schrijven van hoofdstuk 5, kan Martien Pennings de neiging niet onderdrukken, reeds in de titel van het hoofdstuk alles te vertellen wat hij te vertellen heeft: ”De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina versterkt door het oorlogsrecht. “ Pennings wil daarmee tot uitdrukking brengen, dat de rechten van Joden op het land voorkomen uit de San Remo-resolutie van 25 april 1920 en de bevestiging van het Mandaat voor Palestina door de Volkenbond op 24 juli 1922. Het was mij al opgevallen, dat als je staande op de Dam, liefst met een Israëlische vlag, in discussie gaat met voor-en tegenstanders, de jaartallen en resoluties je om de oren vliegen. De Balfour-verklaring, de resolutie van San Remo het verdelingsplan van 1947. Je moet wel een wandelende encyclopedie zijn om al die feiten en jaartallen te kunnen weergeven en ook nog eens op waarde weten te schatten. Toch vertelt Martien Pennings in het boek iets, dat ik nog niet wist. Aanvankelijk omvatte het Britse Mandaat voor Palestina, bedoeld om een Joodse staat te stichten, ook het hele grondgebied van het huidige Jordanië. Israël was dus ooit in theorie veel groter. Misschien is het een goed idee daar eens kaartjes van te tekenen en op een fietskarretje op de Dam ten toon te stellen.

De machtsverhouding in het Midden-Oosten verschoven zich na de Eerste Wereldoorlog echter snel, zodat de Engelsen al drie maanden na het ingaan van het Mandaat voor Palestina, het land Jordanië afsplitsen en aan Abdullah bin al-Husseini  de overgrootvader van de huidige koning van Jordanië gaven. In het overgebleven gebied van het Britse Mandaat voor Palestina zou in het vredesplan van 1947 nóg eens een stuk afgesneden worden, ten gunste van een Arabische staat. 

De rest van hoofdstuk vijf gaat grotendeels over de theorie dat de Moefti van Jeruzalem bij Adolf Hitler op bezoek is geweest en het vermoeden dat Hitler zelfs door de Arabische geestelijke is geïnspireerd. Deze informatie is gebaseerd op boeken, terwijl de tegenstander weer andere boeken noemt om het tegendeel te bewijzen. Ik ga pas weer iets over deze theorie lezen als iemand in de nazi-archieven duikt en er nieuwe feiten op tafel komen. Juist iemand met een wetenschappelijke historische achtergrond als Martien Pennings moet weten dat wijsheden van anderen minder van belang zijn, dan eigen brononderzoek. Daar kan dan weer een heel boek over geschreven worden.

mei 1916 Sykes-Picotverdrag Een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, waarin het Midden-Oosten in invloedssferen verdeeld wordt 
2 november 1917BalfourverklaringDe Britse regering verklaart positief te staan tegenover de stichting van een Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk in Palestina 
25 april 1920.San Remo Resolutie Frankrijk en Groot-Brittannië verdelen het Midden-Oosten in mandaatsgebieden, staten  en invloedsferen
23 september 1922Resolutie VolkenbondHet land Jordanië ontstaat op een deel van het Mandaatsgebied Palestina 
29 november 1947Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Verdeling van Palestina in een Joods- en een Arabisch deel
14 mei 1948OnafhankelijkheidsverklaringDe staat Israël ontstaat

Hoofdstuk 11: Zionisme-kritiek als Stockholm syndroom
In hoofdstuk elf, “Zionisme-kritiek als Stockholm syndroom”, schrijft Pennings, dat hij heel het jaar 2014 heeft besteed aan het weerleggen van het boek “Mijn Beloofde Land” van Ari Shavit. In totaal 17 essays schreef Martien over dit boek en hij schrijft dat hij dat deed “ter verdediging van Israël”. De vraag die je dan als objectief schrijver moet stellen:  Moet Israël verdedigd worden? Israël is intussen een sterke militaire macht in het Midden-Oosten, dat sinds 1948 alle oorlogen, soms op het nippertje, gewonnen heeft. De economie van Israël is gegroeid. Het is niet meer de agrarische staat met kibboetsen van de beginjaren. Israël sluit steeds vaker vredes- en handelsakkoorden met Arabische landen. Mocht je dan toch nog, door alle haat en propaganda, tot de conclusie komen: “Ja, Israël moet beschermd en verdedigd worden”, dan kan je nog afvragen: “Moet ik Israël beschermen?”. Mocht de hardnekkige doorzetter nog steeds zeggen: “Ja, iemand moet het doen”, dan kan je nog overwegen hoe Israël het beste verdedigd kan worden. Martien Pennings doet dat door dit boek te schrijven en het de titel ”Israël bestaat” mee te geven. 


“Ik vond het steeds verontrustender, die meanderende redeneringen vol onopgeloste antitheses in die schijnbaar oneindige tekst, vol met enerzijds en anderzijds, goed en slecht, positief en negatief, boordevol sociale, morele en psychologische duo-definities. En nogmaals: Shavit doet geen poging zijn tegenstellingen op te lossen. Nee hij gooit ze gewoon met emmers vol op de pagina en zegt tegen de lezer: ruim het maar op als je zin hebt.”

Deze paragraaf kenmerkt de houding van Martien Pennings zelf over het conflict. Hij wil zekerheden en standpunten. Pennings kan niet tegen “enerzijds-anderzijds”

Hoofdstuk 13: Chris van der Heijden, Israëlkritiek als psychotherapie
Martien besteedt wel drieënnegentig pagina’s  aan het boek “Israël, een onherstelbare vergissing”(2008), van de schrijver en docent aan de school voor journalistiek , Chris van der Heijden. Wat kan de reden voor zo’n uitgebreide recensie zijn? Het boek is intussen alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Het boek is weliswaar destijds goed verkocht, maar door de hele Arabische lente en de daaropvolgende desastreuze gebeurtenissen in Egypte en Tunesië, gevolgd door de moordpartijen in Syrië en de aanslagen in Europa, kan toch niemand meer met droge ogen beweren, dat Israël de wereld in brand zet, zoals Chris van der Heijden heeft beweerd. Het boek heeft zich dus al zelf in de afgelopen dertien jaar buitenspel gezet en is achterhaald. In kringen rond CIDI en NIW (Nieuw Israelietisch Weekblad) wordt Chris van der Heijden als een “foute” schrijver gezien, niet zozeer vanwege zijn vader’s lidmaatschap van de Waffen-SS, maar  eerder door pogingen van Chris van der Heijden zijn vader’s verleden schoon te wassen.

Hoofdstuk 14: Biden is qua Israël erger dan Obama
Bij de eerste dertien hoofdstukken van Martien Pennings “prachtboek” kan je nog als verontschuldiging voor het geschreeuw en gescheld ter berde brengen, dat het om meningen, columns en polemieken gaat. Pennings wil graag de “waarheid” schrijven en laat zich wel eens gaan, als een andere schrijver een andere “waarheid” verkondigt, of dezelfde feiten anders interpreteert. Bij het veertiende hoofdstuk over de nieuwe Amerikaanse president Biden, slaat Martien de plank echter helemaal mis.

Het zijn slechts drie bladzijden en het lijkt erop, dat die voor de volledigheid aan het boek zijn toegevoegd. De verkiezing van Joe Biden zou een ramp voor Israël zijn, maar zijn presidentschap is nog niet oud genoeg om daar echte harde feiten over op te kunnen schrijven. Martien Pennings citeert daarom de conservatieve journaliste Melanie Phillips en die komt niet verder dan de twintigste verjaardag van de Durban-conferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheden (2001).

Zowel Martien Pennings als Melanie Phillips laten echter onvermeld, dat de Verenigde Staten deze twintigste verjaardag van de conferentie boycot. De overige “feiten” over de Durban conferentie kloppen ook niet. De slotverklaring van de officiële Durban-conferentie tegen racisme werd in 2001 onder druk van de Verenigde Staten en Israël afgezwakt, zodat er geen antisemitische en anti-Israël elementen in zaten. De zinnen die in hoofdstuk veertien worden genoemd en waarbij inderdaad Israël de schuld krijgt van alle racisme in de hele wereld, werden in een terzelfder tijd gehouden neven-conferentie opgeschreven.

Het is nog te vroeg om Joe Biden op het thema Israël te beoordelen. In het boek van Martien Pennings worden in ieder geval geen steekhoudende elementen aangedragen.

Hoofdstuk vijftien: Concluderende Epiloog
In hoofdstuk vijftien, Concluderende Epiloog, hoeft Pennings geen echte conclusie te trekken, maar vat alles nog even samen. Pennings beschrijft de tegenstelling pro-of contra-Israël als een links-rechts tegenstelling. De linkse mensen zijn allemaal tegen Israël en de rechtse mensen zijn vóór Israël. Afgezien van het wel erg eenzijdige wereldbeeld dat hier ten toon gespreid wordt, kan je ook opmerken, dat Martien Pennings Israël gebruikt om zijn politieke tegenstanders om de oren te slaan. Halfslachtige standpunten en enerzijds-anderzijds-gesprekken zijn uit den boze en worden genadeloos afgekraakt. In dat opzicht lijkt Martien Pennings op de mensen die hij bestrijdt.

Eindoordeel
De geïnteresseerde lezer zal de scheldpartijen en beledigende woordspelingen even voor lief moeten nemen, of er hartelijk om kunnen lachen, dat hangt van de politieke positionering in het spectrum af. Daarnaast is dit eerste boek van Martien Pennings zeer informatief en wat nog belangrijker is: gebaseerd op de WAARHEID. Degene die de in het boek aangedragen feiten weet te onthouden kan zonder meer een discussie met de Israël-haters aangaan.

Kees Broer
(In oktober 2021 verschijnt bij CIDI het tweede boek van Kees Broer: “De boycot van Israël, BDS, demoniseren, delegitimeren, discrimineren”)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *