communicatie, ICT, media, blog en publicatie

mijn levenCategory Archives

De idealen van Kraakgroep Indische Buurt

Nooit gedacht, dat ik ooit nog eens Wijnand Duijvendak zou gaan verdedigen. Toch gebeurde het afgelopen zaterdag tijdens een “Kohl und Pinkel Fahrt” in het Noord-Duitse Sulingen. Een alte Genossin beklaagde zich bij mij over het optreden van de voormalige aanvoerder van de Kraakgroep Indische Buurt, Wijnand Duijvendak, tijdens een verkiezingscampagne in de Oosterpoort te Groningen. Duijvendak is de campagneleider van Groenlinks.

“Wat een persoonsverheerlijking van die Jesse Klaver”, dat zou vroeger in de kraakbeweging onmogelijk zijn geweest. “Wat denkt die Wijnand Duijvendak eigenlijk wel? Dat hij de campagne van Jezus Christus in hoogst eigen persoon aan het voeren is?  Waar zijn die man zijn idealen gebleven? Om één iemand zo omhoog te steken en als een soort tweede Obama een zaal in te laten lopen!” Zo ging het nog een tijdje door. Geen spaan bleef er heel, van de eens zo dappere revolutionair.

Nu voelde ik toch de behoefte om de gewaardeerde vrouwelijke kameraad van repliek te dienen. “We zijn allemaal van  standpunt veranderd. Waarom zou Wijnand niet mogen veranderen?  Hij is een marketing mannetje geworden. Hij zou ook wasmiddel of auto’s kunnen verkopen op deze manier. Nou én?

Eerst beweren we dat Wijnand nog nooit een bedrijf van binnen heeft gezien en nu hij een keer een beetje succes met marketing heeft, is het weer niet goed.”

Intussen liepen we door het Noord-Duitse landschap en waren al aan onze vierde bier toe. Aan het einde van de wandeltocht met versnaperingen wachtte ons een heuse boerenkoolmaaltijd. De stemming was goed maar de kwestie Duivendak bracht toch wat spanning met zich mee.

“En wat wij allemaal hebben opgebouwd, in de kraakbeweging. Een vrouwengezondheidscentrum, een buurtwinkel, een eigen kroeg, naailes voor Marokkaanse vrouwen, taalles voor Marokkaanse mannen, een vrouwencafé, een kraakspreekuur, Noem allemaal maar op. Waar zijn die idealen nou gebleven?

Het  enige waar die Duijvendak en Groenlinks nog over na kunnen denken is, hoe ze Klaver als een soort Trudeau of een Obama kunnen verkopen aan het Nederlandse kiezerspubliek. De idealen zijn weg. Het is een persoonscultus geworden, zonder inhoud.”

De stemming was aan het om slaan. Dat was wel duidelijk. Misschien was mijn gewaardeerde oude strijdmakster in de jaren tachtig blijven steken of misschien had ze wel een punt. Het was alleen zaak, Wijnand Duijvendak niet tot splijtzwam in de beweging te  laten worden. Gelukkig was de uitspanning met boerenkoolmaaltijd al in zicht.

Neem er nog één. Proost!

Duitser willen zijn

“Ich bin ein Deutscher; ich bin hier geboren!”, dat is één van de laatste woorden die Ali David Sonboly, de terrorist die in juli 2016 in München negen mensen doodschoot en daarna de hand aan zichzelf sloeg, sprak. De reactie van de man die hem uitschold, vastgelegd op een youtube-filmpje, maakte het hele probleem met de Duitse- nationaliteit en -identiteit duidelijk: “Was macht dich zum Deutscher? Du bist ein Kanaker”.

Er zijn twee volkeren waar het moeilijk, zo niet onmogelijk is, erbij te gaan horen: Duitsers en Japanners. Bij Japanners nemen we een symbiotische eenheid tussen etnische identiteit, nationaliteit en  taal waar. Iedereen weet wie een Japanner is en waarom zou je erbij willen horen? Bij Duitsers is dat moeilijker te definiëren.

Er zijn een paar momenten in de geschiedenis waar duidelijk werd wie Duitser is en wie niet. Na de val van de muur kwam er een migratie van Rusland-Duitsers naar West Duitsland op gang. De Duitse regering accepteerde iedereen die opgaf een Duitse identiteit te hebben. Vaak waren dat nakomelingen van Duitsers die in de zeventiende eeuw naar oostelijke gebieden getrokken waren. Duitsers uit Rusland, Kazachstan, Bulgarije, Ost-Preussen, Oekraïne etc. In die tijd werd vaak de grap gemaakt dat het al voldoende was als je een volwassen Duitse herder meenam om als Duitser geaccepteerd te worden. Kenmerken van het Duits-zijn waren taal (vaak een verbasterde versie van het Platt-Deutsch), afkomst, naam en het feit dat je door de omgeving als “Duits” werd beschouwd.

Deze Rusland-Duitsers hadden de tien jaren erna een grote moeite in de Duitse samenleving te integreren en geaccepteerd te worden. Vechtpartijen in discotheken, prostitutie en drugshandel werden vaak in verband met Rusland-Duitsers gebracht. Doordat de identiteit van deze immigranten duidelijk was (Duits) en door huwelijken en aanpassing, is dat probleem nu opgelost.

Een veel dramatischer moment in de Duitse geschiedenis is de Anschluss, toen Hitler Oostenrijk en Sudetenland inlijfde met het argument dat er Duitsers woonden. De Duitse identiteit, hoewel vaag omschreven, was een argument voor creëren van Lebensraum.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog begonnen private organisaties een campagne om mensen die ze als Duits beschouwden “Heim ins Reich” te transporteren. Enkele jaren later werd deze organisatie overgenomen door de SS.  Vanuit Bulgarije werden bijvoorbeeld de Bulgarije-Duitsers per boot via de Donau terug naar Duitsland gebracht. Onderzoek wijst uit dat het begrip Bulgarije-Duitser zeer vaag is en wetenschappelijk niet goed gedefinieerd. Sommige ‘Bulgarije-Duitsers’ waren afstammeling van immigranten uit de zeventiende eeuw en andere kwamen helemaal niet uit Bulgarije, maar waren jaren daarvoor uit Rusland verdreven. Ook hier was het belangrijkste criterium dat anderen deze mensen als Duitser definieerden. In het derde Rijk aangekomen werden de Bulgarije-Duitsers door de rassen-experts van de SS geselecteerd en sommigen als niet-Arisch zijnde, opgesloten en tewerkgesteld.

De Duitse nationaliteit is pas heel laat geaccepteerd en vorm gegeven. Tot 1848 werden burgers die de Duitse eenheid nastreefden nog opgesloten. In die tijd was nationalisme een vooruitstrevende gedachte die vervolgd moest worden. De schrijver van het Duitslandlied, August Heinrich Hoffmann von Fallersleben, werd vanwege het schrijven van dit lied verbannen uit Pruisen (Duitsland bestond nog niet) en pas na 1848  weer toegelaten.

Tot 1867 bestond er geen Duitsland, maar er waren wel Duitsers. Geen wonder dat de Duitsers een tegenstrijdige relatie met hun eigen identiteit hebben. Des te pijnlijker is het dus, als ik van mijn eigen kinderen moet horen, dat Nederland “tot in de Middeleeuwen nog bij Duitsland hoorde”. Welk Nederland en welk Duitsland, vraag ik dan.

De jonge Turken en dus ook jonge Iraniërs, zoals Ali David Sonboly, hebben het veel moeilijker om als Duitser geaccepteerd te worden. Zelfs als je in Duitsland geboren bent, Duits spreekt, bier drinkt, Bratwurst eet en naar Deutschland Sucht Den Superstar op TV kijkt, dan nog wordt je op straat uitgescholden voor ‘Kanaker’ (iets als zandneger). Dus het valt echt niet mee.

Ali David Sonboly zette zich tegen de jongeren die hij als buitenlander beschouwde af en koesterde zelfs een grote haat tegen Turken Hij pleegde uiteindelijk zelfs een massa-moord op hen, Dit is een dramatische afloop van het onmogelijke proces persé Duitser te willen zijn, maar het niet kunnen worden.

IJs eten in Sulingen

Ik weet niet of jullie het wisten, maar als Duitsers gaan fietsen, is dat altijd in groepsverband en altijd met een krat bier of een fles schnaps erbij. Op elke kruising van wegen wordt er even stilgestaan en gedronken. Prosit! Op Hemelvaartsdag/ Bevrijdingsdag/ Vaderdag, 5 mei 2016, wordt dit verschijnsel in nog veel grotere mate waargenomen.

Per fiets op weg van het gehucht Barenburg naar de grote stad Sulingen (Sule-Metropole), samen met mijn eigen vrouw en mijn Duitse advocate, ontmoeten we langs de weg zeker tien groepen jongeren. Allemaal in beschonken toestand en allemaal uitermate vriendelijk. (“Moin, Nah auch mal unterwegs”). In Lindern aangekomen, blijkt er een heel groot Schützenfest (schuttersfeest),  inclusief Bradwurst, Biertap en danskapel, gaande te zijn.

De Duitse werkelijkheid komt wel heel dichtbij, als we aan de rechterkant van de weg, tamelijk geïsoleerd, een groep van vijftien Syriërs waarnemen, die afwachtend gade slaan wat deze dronken jonge Duitse mensen allemaal op deze mooie zomerdag aan het doen zijn. “Die wachten af tot de Duitse meisjes dronken zijn, zodat ze die in de billen kunnen knijpen” roep ik provocerend naar mijn Duitse advocate. “Want dat is gebruikelijk in Duitsland”.

Dan blijkt echter de stelling dat politiek correcte mensen aan de rechterkant van hun blikveld stekeblind zijn, op een zeer vreemde manier op waarheid te berusten. De Duitse advocate heeft de gehele groep van Syriërs niet waargenomen. “Helemaal niet waar. Dat is weer jouw perverse- en extreem-rechtse fantasie, die met je aan de haal gaat”. Wij blijven bij onze fietsen staan en vragen of ze even terug wil rijden, om de Duitse realiteit met eigen ogen waar te kunnen nemen. Eerst sputtert ze nog tegen dat het waarschijnlijk Turken zijn of ‘Rusland-Duitsers’, maar uiteindelijk draait ze zich met fiets en al om en rijdt terug.

Ook na deze op terugtocht gebaseerde waarnemingsoperatie heeft niet het beoogde effect gehad. De Syriërs blijven voor de Duitse advocate (groenlinks raadslid, feminist, ex-activist)  verborgen.  Haar ogen willen niet waarnemen, wat tachtig procent der Duitsland wel ziet.

Ook tijdens de rest van  de fietstocht blijft de etniciteit van de waargenomen buitenlandse medeburgers discutabel. Intussen zijn in elke gehucht en elk dorp in Nedersachsen leegstaande huizen aan op te vangen vluchtelingen ter beschikking gesteld, hetgeen het straatbeeld en  de waarneembare mensen  bij mooi weer  doet veranderen. Groepjes drinkende jongens en meisjes worden afgewisseld met van de zon genietende vluchtelingen. Maar de advocate blijft bij haar standpunt dat dit afwisselend ‘Roma’, Rusland-Duitsers, dan wel reeds geïntegreerde Turken zijn.

We komen in de Sule-Metropole aan en eten een ijsje bij de plaatselijke Italiaan in de Langestrasse. Daarna zitten we in de zon bij de fontein van de Brunnenapotheek. De dag kan niet meer stuk. De dames praten nog wat na over de opkomst van de partij Alternatieve Für Deutschland (AFD) in de diverse landsregeringen en binnenkort ook in de bondsdag. Hoe kan dat nou? Dat zo’n partij zomaar uit het niets zoveel stemmen krijgt?

Ik zwijg. “I was blind, but now I see” zong Elvis Presley reeds in 1974.

Antropologische Verkenningen bij de LIDL

Door de crisis, veroorzaakt door de banken, Europa en de globalisering, om maar even een paar schuldigen aan te wijzen, worden bewoners van Eindhoven, die vroeger nog tot de middenklasse gerekend konden worden, in toenemende mate gedwongen hun boodschappen bij de goedkopere supermarkten zoals ALDI en LIDL te doen. Als die supermarkt ook nog in de “Vogelaarwijk”, ook wel “Krachtwijk”genoemd, de Bennekel gelegen is, kan de Cultureel Antropoloog elke zaterdag weer interessante waarnemingen doen.

Ik zal er wel niet op kunnen promoveren, aangezien in het onderstaande verhaal de “subjectieve waarneming” de wetenschappelijk verantwoorde objectiviteit overschaduwt, maar het zijn toch waarnemingen in het kader van de “articulatie van productiemiddelen” en “ethniciteit”.

De Pinkassa
Bij de LIDL in de Bennekel staat met levensgrote letters, twee keer, dat de linker kassa’s pinkassa’s zijn, waar je dus niet met contant geld kunt betalen. Elke twee minuten roept het kassameisje naar de in lange rijen voor de kassa wachtende klanten: “Pinkassa”.  Bij zo’n gedifferentieerde situatie, namelijk twee verschillende kassa’s voor één en dezelfde handeling, zijnde het betalen, komen de klanten met een migratie-achtergrond in de war. De derde generatie Turken en Marokkanen kunnen het woord “pinkassa” nog wel duiden, maar een groot deel van de bewoners, bestaat uit contractarbeiders uit Polen en Roemenië, die het woord niet verstaan. Bovendien krijgen ze het loon contant uitbetaald, want tijdelijk een bankrekening aanvragen, heeft weinig zin.

Steeds weer moet iemand, die reeds alle boodschappen op de band heeft liggen en die wil betalen, doorverwezen worden naar een andere kassa, met de nodige opschudding tot gevolg.

Middenklasse
Er geldt bij de ALDI en de LIDL één gouden regel : Niet mee bemoeien en niks zeggen. Dus als er iemand alle boodschappen weer in zijn wagentje moet laden en naar de volgende kassa wordt gestuurd, dwars door alle wachtende rijen heen, dan kijk je zwak glimlachend weg en laat het allemaal gebeuren.

De leden van de middenklasse, met neerwaarts gerichte sociale mobiliteit, hebben het vroeger beter gehad, maar zitten nu even, door ontslag of moeilijk verkoopbaar huis, of faillissement, krap bij kas. Ze worden door de antropoloog, qua uiterlijke kenmerken, herkend aan de kleding. De mannen dragen vaak een sjaaltje en tweed-colbert. De vrouwen hebben hun kleding vroeger bij een boutique gekocht: Lange shawls, over de schouder gedrappeerd, tassen met bekende dure merknamen. Als je ze later vanuit de winkel zou volgen en dat is helemaal niet zo raar, tenslotte doen we hier participerende observatie, zou je zien, dat ze in een Volvo van de één na laatste versie stappen.

Verantwoording
Toen de crisis begon, wilden de middenklasse mannen zich nog wel eens tegenover de rest van het winkelende publiek verantwoorden , door te roepen dat LIDL zulke “verrekte goeie wijn” had. Maar intussen weten ze, dat ze hier zwijgend hun noodzakelijk levensbehoefte kunnen inkopen, zonder praatjes. Dat wordt echter anders, als een lid van de gemankeerde middenklasse meent dat er een ongeschreven regel wordt overtreden en er ingegrepen moet worden. Gaat iemand uit rij één, met zijn volgeladen karretje, dwars door de overige rijen naar rij vijf en voegt zich daar , zonder iets te zeggen of te vragen, quasi voorkruipend, in de rij, dan kan de geplaagde Volvorijder zich niet inhouden en gaat “het verkeer regelen”. Hij probeert de invoeger er, met behulp van zijn subjectieve op liberale grondbeginselen gestoelde wereldbeeld, toe te bewegen, achteraan aan te sluiten. “Want dat is wel zo eerlijk”

Clash of Civilisations
Door andere winkelenden op de eerlijkheid van het achteraan sluiten te wijzen, overtreedt de ‘downward mobilized middle class’-klant twee regels tegelijkertijd. Regel één: “Nooit praten tegen andere klanten. Regel twee: “Bij God en in Nederland bestaat geen ‘eerlijkheid'”. Als je gefucked wordt moet je niet bewegen en vooral stilstaan. Geen gekke dingen doen. Je verstaat toch geen zak van wat die anderen zeggen. Het is dan ook opvallend dat ook nu weer de overige wachtenden niets zeggen, er zich niet mee bemoeien en wegkijken. Wij hebben de tijd.

Intussen heb ik me bij kassa drie gevoegd en vraag aan het aardige winkelmeisje waarom ze nu een zwarte strak zittende hoofddoek draagt, in plaats van de ruim zittende kleurige van de vorige week. “Is dit een teken van radicalisering”, wil ik graag weten. Ze glimlacht en zegt: “De andere zit in de was. Prettige dag nog.”

Flip Willemsen: “Van de Buren Niets dan Goeds”

De Amsterdamse schrijfster Flip Willemsen klaagt via het nieuwe sociale medium Facebook, dat er over haar boek nu nooit eens een recensie geschreven wordt en dat ze ondanks het schrijven van tien boeken nog niet is doorgebroken. Bij de pretentieuze uitgeverij Meulenhof eruit gegooid en de  uitgeverij Compaan te Maassluis gaat op de fles nadat het nieuwste boek van Flip Willemsen net is verschenen. Sommige mensen hebben het allemaal en anderen hebben niets. Is er wel een God?

Ondanks de religieuze opvoeding van Flip Willemsen, haar vader was dominee in Hierden en lid van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk, komt God in het boek “Van de buren niets dan goeds” niet voor. De hoofdpersoon woont alleen in de stadsjungle van Amsterdam-Centrum en is geheel op zichzelf aangewezen. De twee buurmannen die naast haar op de flatgalerij wonen spelen ieder hun eigen spel en de hoofdpersoon is op die manier aan de heidenen uitgeleverd. Gedurende het gehele boek vraag je je af: “Hoe houdt deze vrouw dit vol?” Maar soms doet ze dat ook niet.

Doordat de schrijfster in het kroegencircuit rond het Spui verkeert en daar op de vrijdagavonden allerlei wannabee media-tyconen ontmoet, zijn er toch nog aardig wat positieve quotes over de schrijfster en haar nieuwe boek gepubliceerd. Surplus schrijft bijvoorbeeld: “Willemsens grootste verdienste is wel haar humor”. In het boek staan inderdaad vele grappige en humoristische passages, zoals de omschrijving van  haar buurman:.


“Hij was sportief en hield van horror, winegums en humor, maar een goed gesprek vond hij ook belangrijk”

Juist in de humoristische passages komt de eenzaamheid van de hoofdpersoon en de leegte van de grote stad met zijn massa’s aan te herkeuren en om-te-scholen cliënten goed tot uitdrukking. Het Centrum Voor Werk en Inkomen doet een huisbezoek bij de hoofdpersoon en daar ontspint zich de volgende passage:

“Hoe noem je zoiets?” vroeg de vrouw aan de man? Ze wees naar de boekenkast.

“Stellage?” zei de man.

“Stellage”, zei de vrouw langzaam terwijl ze schreef.

“U leest veel”, zei de man.

“Inderdaad”, zei ze.

Als het allemaal teveel wordt, probeert de hoofdpersoon via een contactadvertentie ‘een man die haar bij de hand neemt’ te vinden. Dat levert de volgende geniale passage op:

“Ik, zesenvijftigjarige man, ben een persoon van de simpelheid. Ik ben heel zwart-wit. Ik ben net een hond. Zo nu en dan heb ik een aai over mijn kop nodig, ik denk iedere man wel.”

Het is onbegrijpelijk dat er in recensies beweerd wordt, dat Flip Willemsen geen diepgang in haar hoofpersonen weet te brengen. Juist de vervreemdende en tweedimensionale passages zoals die hierboven, schetsen een wereld vol van stadse eenzaamheid en gekte, die je ook bij schrijvers als Albert Camus of Michel Houellebecq terug vindt. Ik denk niet dat er één recensent te vinden is die beweert dat de karakters van deze twee grote Franse schrijvers vlak en niet uitgewerkt zijn.

Alleen Vrij Nederland slaat de spijker op zijn kop met de volgende kenschetsing van het boek:

‘Van haar vrouwelijke personages gaat, hoe eenzaam ook, altijd een zekere opgewekte moed der wanhoop uit’ .

Hoe treffende deze opmerking is, weten alleen de mensen die de  schrijfster persoonlijk kennen. Dan komt aan het licht dat Flip Willemsen weliswaar steeds benadrukt dat de hoofdpersoon uit haar boeken niet dezelfde is als haar eigen persoon, maar de overeenkomsten zijn zo groot, dat we moeten concluderen, dat Flip Willemsen in haar boeken haar eigen omgeving en haar eigen lijden beschrijft.

Is het mogelijk de schrijfster Flip Willemsen te onderscheiden van haar hoofdpersonen en is het mogelijk haar werkelijk te leren kennen? Keesjemaduraatje ging op pad om deze prangende vragen te beantwoorden.  De schrijfster had een presentexemplaar van haar jongste boek “Van de Buren niets dan Goeds” beloofd en de afspraak was, dat dit exemplaar in het beruchte café ‘De Zwart’ op het Spui aan de blogger overhandigd zou worden. Zo gezegd zogedaan. Dacht ik dan. Maar dat bleek toch niet zo eenvoudig.

Er is een subculturele klasse van media-makers, ex-dichters en videokunstenaars die hun netwerk in stand houden door op de donderdagen en vrijdagen en wie weet welke dagen nog meer, langs de cafés  De Zwart, De Pels en De Doffer te trekken, te drinken en onderwijl te vertellen met welke projecten ze allemaal bezig zijn. Tijdens mijn pogingen om Flip Willemsen te leren kennen en erachter te komen welk literair talent zich achter de moeiteloos in deze culturele wereld bewegende schrijfster verbergt, word ik  aan wel drie, vier ‘dichters die nog met Kopland hebben gepubliceerd’ dan wel ‘op de begrafenis van Komrij een gedicht voorgelezen hebben’ voorgesteld. Intussen de één na de andere biersoort naar binnen werkende.

 


Op een gegeven moment staan we zelfs buiten te roken. Terwijl ik niet-roker ben. Maar dat geheel terzijde. “Wat ben je toch een vieze vrouw”, voegt de Redacteur van de Joodse Radio de schrijfster Flip Willemsen toe. Ze heeft zojuist een opmerking over rukken en hoe je daar van af kan vallen gemaakt. Ook de daarop volgende opmerkingen en het weerwoord van de gasten van De Pels laten aan scuriliteit niets te wensen over. Het is een wereld die geheel vreemd voor mij is.

Ook in haar boek schuwt de schrijfster geen precaire situatie te beschrijven:

“Ik zal blij zijn als ik mijn elektrische tandenborstel weer kan gebruiken”

“En de vibrator weer uit het nachtkastje kan”
“Als ik een nachtkastje had”

Hij lachte weer, harder nu.

“Ze zaten voor haar deur en waren nog maar net aan het eten toen Ed ineens vertelde dat hij zich drie keer per dag aftrok.

“Drie keer?” vroeg ze omdat haar zo gauw niets anders te binnen schoot.

We verlaten het café De Pels. Lopende over de Keizersgracht overvalt mij opeens een groot gevoel van eenzaamheid en leegte. De schrijfster heeft haar kroegentocht nog niet afgerond en wil persé door naar De Doffer. Wie weet wat commentatoren daar nu weer uithangen en met wie ik me daar weer moet meten. We weten het niet en als het aan  mij ligt ben ik ook niet benieuwd er achter te komen. Ik wil alleen nog naar huis.

De schrijfster heeft echter nog een troef achter de hand. Het presentexemplaar ligt bij haar thuis. We lopen langs de grachten naar haar huis in de Jordaan. We lopen de gietijzeren trap op  en komen langs de balustrade waar de belangrijkste gewelddadige scene zich heeft afgespeeld:

“Snel raapte hij de theedoek op, gooide hem naar binnen, draaide zich om, greep haar vast en duwde haar met haar rug tegen de balustrade. Hij schreeuwde: ‘Je gaat eroverheen, je gaat eroverheen’

In het voorbijgaan, het is ’s nachts om 02.00 uur, klopt de schrijfster achteloos even op het raam van haar buurman. “Ik kan me voorstellen dat deze mensen helemaal gek van deze vrouw worden”, denk ik dan. En andersom ook, blijkens de volgende scene in het boek:


“Toen ze zich daarna in de slaapkamer aan het uitkleden was, ondekte ze dat er iemand op de galerij stond. Niet dat ze hem hoorde ademen of hoesten, nee, ze voelde het. en ze wist dat hij het was. Boris”

Ik bevind mij nu in het heiligste der heiligen, waar het allemaal is gebeurd. De crime-scene van het boek “Van de buren niets dan goeds”. Eindelijk ontvang ik uit handen van de schrijfster zelf, het presentexemplaar. Buiten begint het zachtjes te regenen. De wijn wordt opengetrokken en er worden sigaretten gehaald.

Wat ze later ook van deze recensie gaan vinden en wat de schrijfster er ook van vindt. Ze kunnen in ieder geval niet ontkennen dat ik ter plaatse en in de leefwereld van de kunstenaar zelf, onderzoek heb gedaan.

Toyota Prius wordt Twitterhut

Binnenkort blijf ik er in wonen. Als ik nu al kan twitteren en mijn Google-zoek-opdrachten van mijn huis naar de Prius kan sturen. Whats Next? Facebooken in de Prius? Bloggen in de Prius? Foto's gemaakt  met de achteruitkijkcamera naar mijn blog sturen? Het wordt binnenkort allemaal mogelijk dankzij de meegeleverde Toyota Touch&Go-software en de via bluetooth aangesloten iPhone.

De Toyota dealer in Eindhoven heeft nog nooit zo’n kort verkoopsgesprek meegemaakt. Op een zaterdag in november besluit ik dat het tijd is voor een nieuwe Toyota Prius. Dus ik rij naar Eindhoven -Noord waar een straat is met alleen maar autobedrijven. In de Toyota-show-room staan een paar mannen te praten en te filosoferen over hoe de nieuwe Prius Plus ons klimaat gaat redden of woorden van gelijke strekking.

Dus ik zeg tegen die vogel: “Ik wil graag een Toyota Prius kopen”. Dan gaan allerlei mechanismes in werking. Je krijgt koffie. Je mag een proefrit maken. Dat hoef ik allemaal niet. Die verkopers zijn gewend een klant met allerlei praatjes en argumenten aan de haak te slaan en het is niet gebruikelijk dat een klant meteen al weet wat hij wil en het inkooplijstje al klaar heeft: Toyota Prius, metallic grijs, Business Pakket, imperial en een kleine trekhaak met fietsendrager. Je houdt van de natuur of je houdt niet van de natuur. Binnen tien minuten stond ik alweer buiten.
De verkoper vertrouwde het niet helemaal, want hij heeft nog wel twee keer opgebeld om te vragen of de leasemaatschappij wel ingelicht moest worden en of ik in het keuzemenu van de leasemaatschappij wel de juiste verkoper had opgegeven. Anders krijgt die man geen bonus. Februari 2013 was de oplevertermijn.

Op 1 maart loop ik bij de Toyota-Eindhoven-dealer binnen. Ik heb niet veel tijd. Geef mij even de sleutels. Ja toch? Nou dat was alweer helemaal niet de bedoeling, want ik kreeg eerst nog een fles wijn en de auto bleek helemaal ingepakt te zijn. Ik moest en zou hem zelf onthullen. Het standbeeld ter ere van de techniek en milieuvriendelijkheid. Zie ook de foto hierboven. De verkoper ging naast me in de auto zitten. De fles wijn tussen ons in en het werd gewoon gezellig in die auto. Wat zit er allemaal in die navigator? Hoe kan je de navigator met het internet verbinden? Mijn iPhone wordt aangesloten en er wordt een connectie gemaakt. Opeens was ik enorm enthousiast. Kan je ook apps op de Prius laden? Ik wil er alles van weten. Blijkt de Prius niet alleen een opslagcapaciteit voor schone energie te zijn, maar ook nog een enorme grote harde schijf en een portaal voor sociale media. Een klein datacentertje eigenlijk.

Voordat het werkt moet je wel even een usb-stick aansluiten. Die zit bij mij in het kastje tussen de twee stoelen. Dan kopieer je de code van het navigatieapparaat naar de usb-stick.

Thuis aangekomen meld ik mij meteen aan bij het Toyota Touch&Go Portal om toegang te krijgen tot alle extra internet mogelijkheden die de Toyota Prius biedt. Ik kopieer de code van de usb-stick naar de Toyota site. Ik voeg Google toe aan de zoekdiensten en voortaan kan ik op mijn smartphone of tablet of laptop een google-locatie zoeken en naar mijn auto sturen. Je moet alleen nog zelf sturen. Dat dan weer wel.

Daarna een twitter-app gekocht en  ook gedownload en op mijn stick gezet. Nu kan ik twitteren op mijn Prius navigatiesysteem. Geweldig. En dit is nog maar het begin. Nu gaan natuurlijk veel programmeurs ook apps voor de Prius bouwen en die komen allemaal op die mooie energiezuinige autos. Sociale Media in de auto. Je hoeft helemaal niet meer naar huis terug, want de communicatie vindt in de auto plaats.

Ik stel me voor dat de autos van de toekomst helemaal zelfstandig in het internet gaan en de noodzakelijke informatie naar elkaar en naar de garage twitteren. Lampje kapot? De Toyota Prius meldt het alvast per Facebook naar de garage die automatisch een event aanmaakt om het te laten vervangen.

Rij je straks in de file naast een mooie blondine in een gele BMW? De auto van de toekomst probeert voor jou via de Lexa-app een date naar de auto van de aanbedene te sturen. Zij kijkt op haar navigator en zoekt de leukste aanbiedingen uit. Kanje meteen in je auto blijven zitten en erheen rijden.

Een camera op de dashboard en een camera op de achterklep, dan kan het fotobloggen beginnen. De auto zorgt ervoor dat alle data op de eigen harde schijf wordt opgeslagen. Jouw laptop wordt ’s avonds tijdens het naar huis rijden ook even gesynchroniseerd. Net zo makkelijk.

Ik kijk er al naar uit!

De Duitser an sich

Praat je in Nederland over Duitsland, dan zijn de clichés en vooroordelen niet van de lucht. Qua eten houdt de Duitser ‘an sich’ van Sauerkraut. De Duitser kleedt zich het liefst in Lederhosen en op het werk zegt de Duitser voortdurend ‘Herr Doctor’ tegen zijn chef. Je moet toch wat.

Nu ben ik al weer een week in Noord-Duitsland en vandaag wilde ik pas voor het eerst zuurkool eten. Dus naar de supermarkt. Ook al ben ik al tien jaar weg uit dit land, toch zegt de verkoopster in het E-center te Sulingen, nog steeds ‘Hallo Kees’ tegen mij. Dat komt omdat ze tot 1998, in het jaar dat haar echtgenoot er met een Russische vrouw vandoor ging, mijn buurvrouw was. Dat schept een band.

Zuurkool blijkt in Duitsland niet in plastic verpakt bij de verse groente te liggen. En bij de conserven ligt ook geen zuurkool. Er moet een bedrijfsleider aan te pas komen om ergens achterin uit een schap een blik zuurkool te halen. Zo erg houden de Duitsers van zuurkool. Wat de Duitser dan wel weer gemakkelijk kan kopen: Tsatsiki. Dat is Griekse yoghurt met geraspte komkommer en knoflook erin. Misschien komt het door het vele geld dat de Duitse staat in de Griekse economie pompt, dat de Duitser nu Grieks eet.

In de Duitse supermarkt is het mogelijk verse Bockworst te kopen. Kom daar bij de Nederlandse slager eens om!! Ze lachen je uit en zeggen tegen je: ‘Knakworsten haalt u maar in de supermarkt.’

Naturel Chips, dus zonder paprika, ham-kaas of andere extremiteiten, kan je in Duitsland haast niet kopen. De Nederlandse naturel chips zijn in smaak en kwaliteit eenmalig in Europa. Je moet érgens in uitblinken.

De volgende halte van onze inkooptoer is de fabrieksverkoop van schoenfabriek LLoyd. Als je in de jaren negentig wel eens op TV de Russische president Gorbatschow zag en hij liet toevallig de zolen van zijn schoenen zien, dan zag je een rode streep op die zolen. Dat is een merkteken van schoenen van Lloyd. Waar een kleine fabriek op het Duitse platteland toch heel groot in kan zijn. In de fabrieksverkoop van Lloyd, kan je niet alleen de dure Lloydschoenen voor een schappelijke prijs kopen, maar ook merkkostuums en andere merkkleding.

Het bijzondere van de plakken van LLoyd is dan weer, dat je ze in zogenaamd ‘Baukasten-systeem’ kan kopen. Dat wil zeggen de colbert in een andere maat dan de broek. Wat voor vele Duitse- en trouwens ook Nederlandse mannen, die iets te dik geworden zijn, een uitkomst is. Je hoeft geen maatpak voor 800 Euri meer te kopen, maar bent voor 300 Euro klaar. “Crisis what crises?”

Waar is het graf van Georgi Dimitrov?

“Er is geen graf, alleen een monument, maar dat is verderop”,  “Welke Georgi Dimitrov bedoel je, er zijn hier zoveel mensen die zo heten?” Het is voor niet-Bulgaren onbegrijpelijk, dat zo wordt gepraat over een man die de huidige staat Bulgarije heeft opgericht en daarna met harde hand (concentratiekampen, moord en dwang) het socialisme in Bulgarije heeft ingevoerd.

Na zijn dood in 1949 werd het lichaam van Georgi Dimitrov gebalsemd en in een mausoleum midden in de stad opgebaard. Zo lag hij daar 50 jaar als symbool van socialisme in Bulgarije, totdat de nieuwe niet-communistische regering het welletjes vond en zijn lichaam verbrandde. Het mausoleum werd met vier ontploffingen en heel veel moeite tegen de grond gewerkt. Alsof het socialisme wilde zeggen: “We gaan niet weg. Laat hem hier maar gewoon liggen”

Zestien jaar voor zijn dood, in 1933 speelde Georgi Dimitrov een rol van wereldbetekenis, door direct na de Reichtagsbrand in Berlijn opgepakt te worden, maandenlang door de Gestapo gemarteld en verhoord te worden, maar toch daarna tijdens het showproces te Leipzig, zodanig eloquent tegen de nazi-rechters en Hermann Goering tekeer te gaan, dat de wereld op het naderende onheil attent werd gemaakt en de straf relatief laag uitviel. Georgi overleefde de gevangenis.

Nu liepen we door Sofia op zoek naar het nieuwe graf van Georgi Dimitrov. Het verkeer raasde langs ons en op de stoep snuffelden wilde honden aan onze benen. “Gaan jullie maar door, ik ga naar het hotel terug”, zei mijn vrouw na een uur lopen. Dat ging helaas niet, want de buurt tussen het kerkhof en het centraal station is niet van een dergelijke Westerse maatstaf dat we haar zonder onze begeleiding daar doorheen zouden laten lopen. Meekomen dus.

In Sofia lijden alle taxirijders, obers, portiers en bewakers van de begraafplaatsen aan een wat mijn aanstaande Bulgaarse schoondochter “Levensgeschiedenissyndroom”  noemt. Je stelt een eenvoudige vraag en daarna zit je minstens een half uur vast aan iemand die vertelt waarom hij de huidige regering niet goed vindt, waarom hij binnenkort weggaat en wat zijn famile allemaal sinds de komst van het communisme is kwijtgeraakt en waarom dat nooit meer terugkomt.

Als er in de reisgids vermeld staat dat Georgi Dimitrov op graf 212 begraven ligt, dan lijkt het gemakkelijk om gewoon naar de administratie te gaan en te vragen waar graf 212 is. Een kind kan de was doen.  Na drie kwartier met een portier gesproken te hebben, die achteréénvolgens vertelde, dat Dimitrov niet hier maar ergens anders, of wel hier maar helemaal verderop, of misschien toch ook niet hier ligt, liepen we door naar de andere ingang van het kerkhof.

“Dimitrov ligt niet hier, maar we hebben wel een andere dictator: Todor Zjivkov. Wil je die misschien zien? Die is ook dood.” We bedanken beleefd. Ook al heeft  Todor Zjivkov dertig jaar met harde hand en met oprichting van diverse standbeelden voor zichzelf (iemand moet het doen) over Bulgarije geregeerd, ik had nog nooit van de beste man gehoord. Maar dat kan ook komen, doordat ik me te veel met het Lijden van het Palestijnse Volk bezig houdt.

Komen we eindelijk bij de administratie, is daar inderdaad een vrouw, die even wilde vertellen dat haar neef ook in Nederland studeert, (“Heel fijn voor u mevrouw, want een Nederlands diploma, is goud waard”), bleek het de schoonmaakster te zijn, die ook niets wist. Ten einde raad doen we nog één poging en lopen door. Een kordate mevrouw komt aangewandeld en wenkt ons langs een stoffig pad. Achter wat bosjes en geheel overwoekerd, ligt daar eindelijk het graf van Georgi Dimitrov.

“Rot Front, Kamerad”.  Hier lig je goed, naast je moeder.

Kaufrausch in Sulingen

Nadat we bij de Aldi in Sulingen reeds een stofzuiger voor 99,98 Euri op de kop hebben getikt en in de “Getränkewelt” daar tegenover voor 43,65 Euri aan Becks bier, Weisser Burgunder en Roter Dornfelder ingeslagen hebben, voel ik bij de volgende winkels een licht kriebelen in me opkomen en dan weet ik het weer: De “Weihnachtliche Kaufrausch” slaat onherroepelijk toe en is niet meer te stoppen. Bij de “Einkaufsmeile Ranck” bekijk ik maar liefst drie boeken die eigenlijk niet in mijn boekenkast mogen ontbreken, te weten: “Ich, Mohammed Ali”, een biografie over Hannelore Kohl en de pakkende titel “Warum die Deutschen, Warum die Juden?“.

Doordat ik me op tijd realiseer dat de komende Heiligenabend mij reeds een aantal eerder op het verlanglijstje geschreven boeken gaat bezorgen en ik sowieso vaker in het Internet hang dan op de bank rustig een boek zit te lezen, wordt de koop ter nauwer nood uitgesteld.

In de Sulinger Lidl gaat de “Einkaufsbummel” verder. Voor de schoonvader koop ik een door LED belichte loep. De schoonmoeder krijgt een kashmir sjaal, maar een door electrische warmhoudplaat verwarmde complete fondueset met 8 vorkjes wordt door mijn vrouw uit mijn handen gerukt, omdat we dat in Nederland al hebben. Maar niet met electriciteit!

Heeft mijn jongste zoon niet dringend een slijptol nodig? Dat krijg je voor dié prijs nooit meer. Welke tijdschriften zullen we tijdens de kerst lezen: Spiegel, Stern, die Zeit. Voor je weet is het oorlog en dan zit je weer zonder. Een plateau met antipasti. Paneermeel. Diverse soorten kaas. Dat kan allemaal met de ING-bankpas gepind worden, is ons reeds in Nederland door een mevrouw met een Oostenrijks namaakaccent per radio commercial medegedeeld.

We rijden langs de straten die we 12 jaar geleden ook al reden en voelen ons opeens weer helemaal thuis. Waarom hebben we dit Gottverdamte Ort eigenlijk ooit verlaten? We weten het opeens niet meer. Doorrijden dan maar weer.

Michael Jackson heeft ons één belangrijk levensthema achtergelaten en de woorden van het thema spreek ik enkele keren uit, terwijl we door de pampa’s van het Noord-Duitse platteland rijden: “This is it and  let it go”. ‘Besser wirds nicht’

Een Egyptische Moslimbroeder

Nu wil je natuurlijk graag van mij weten: “Ken je zelf Egyptische moslimbroeders?” Met andere woorden: Kan je erover oordelen? Want het is net als bij Zuid-Afrika destijds: Je kan er alleen maar over oordelen als je er zelf geweest bent.

Nou, eentje dan. Op een mooie lentedag in 1990 reed ik in mijn auto vanuit de Noord-Duitse stad Sulingen terug naar ons dorp, enkele kilometers verderop. Opeens zag ik een man met licht getinte huidskleur langs de kant van de weg staan. Liften. Nou ja wat doe je dan? Je neemt die man mee. In die periode kwamen er veel asielzoekers naar Duitsland en die werden naar een oud distributiesysteem, dat stamt uit de tijd van de Vertreibung na WOII, over de verschillende dorpen verdeeld. Het was in die tijd normaal dat bijvoorbeeld een Libanees gezin met zes kinderen midden in de weilanden in een oude vervallen boerderij leefde. Dus het was geen raar gezicht om deze man aan de kant van de weg te zien liften.

In die tijd was mijn vrouw een sociale advocaat en verdedigde enkele Ethiopische asielzoekers in hun pogingen een verblijfsvergunning te bemachtigen. Meestal kregen ze die niet, maar het in hoger beroep gaan duurde zo lang, dat ze vele kostbare jaren van hun leven weggooiden op het Noord-Duitse platteland. Ik had een intensief contact met die asielzoekers en wilde alles weten over hun verzetsstrijd, maar ik ben er in die periode nooit één tegen gekomen die ook maar één opstandig pamflet geschreven had, of kon schrijven. Laat staan de wapens opnemen tegen een hele of vermeende dictator. Gelukszoekers. Of mag ik dat niet zeggen?

De Egyptische Asylant bleek goed Engels te kunnen spreken en vertelde mij in die korte rit naar ons dorp waar hij vandaan kwam, Egypte dus, waarom hij was gevlucht en wat zijn geloof was. Het bleek een Egyptische moslimbroeder te zijn. En of ik misschien een kopje thee lustte? Nou, dat wilde ik wel en toen bleek dat die man dus gewoon 100 meter van ons huis verwijderd op een bovenkamertje gehuisvest was. Nooit eerder gezien. Dus ik theedrinken met de Egyptische moslimbroeder.

Afgezien van de vriendelijkheid en goede verstaanbaarheid schrok ik toch een beetje van de opvattingen van de man. Hij was voor de doodstraf en hij was er van overtuigd dat de Duitsers uiteindelijk de islam als religie zouden aannemen. Ook al was ik toen nog gewoon links en vol optimistische positieve energie, vond ik dat toch wel wat te ver gaan. Maar ja, zo ver was het nog lang niet. Voorlopig was hij een asielzoeker en had ik een verblijfsvergunning.

Dit speelde zich allemaal 11 jaar vóór 11 september af, dus een directe dreiging ging er niet van de Egyptische moslimbroeder uit, maar later dacht ik er wel eens over na. Het is toch vreemd. Amerika houdt daar in Egypte een dictatuur in stand en die moslimbroeders komen als vluchteling hierheen en gaan op hun beurt weer een bedreiging voor de Westerse democratie vormen. Laat ze maar lekker daar blijven. Daarom hoop ik ook van harte dat er nu eindelijk eens in Egypte vrije verkiezingen gehouden worden, zodat dit soort mensen, hoe lekker ze ook kunnen theedrinken, weer terug kunnen naar hun eigen land.