communicatie, ICT, media, blog en publicatie

De Federatie van Vrije Socialisten in de jaren vijftig

De AIVD krijgt regelmatig verzoeken tot inzage in het persoonsdossier van voormalige activisten, die willen weten welke informatie deze inlichtingendienst over hen heeft verzameld. De bekendste Nederlander die dit heeft verzocht is de voormalige Provo Roel van Duijn. Hij heeft daarover het boek Diepvriesfiguur geschreven. Er zijn overigens ook activisten die nadrukkelijk geen inzage willen hebben. Voormalige buitenlandsecretaris van de Vrije Socialisten, Jan Bervoets, zegt daarover: “Ik weet zelf wat ik gedaan heb en het maakt mij niet uit wat anderen daarover opschrijven.

Wat mijzelf betreft, zou ik het alleen interessant vinden als er informatie in mijn persoonsdossier staat die alleen maar door één persoon verstrekt kan zijn. Ik wil mij echter niet meer teveel op het verleden richten en heb daarom ook geen verzoek gedaan. Als het gaat over opgevraagde documenten over organisaties, zet de AIVD die de laatste tijd online, zodat iedereen mee kan genieten. Daardoor kunnen we nu met de Federatie van Vrije Socialisten meelezen en leren daardoor ook meer over de anarchisten die ons voor zijn gegaan.

De anarchisten die sinds de jaren vijftig onder de naam “Federatie van Vrije Socialisten” en “Het Noordelijk Gewest (van Vrije Socialisten” optraden, werden door de voorganger van de AIVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) in de gaten gehouden. Nu zijn deze documenten ook vrijgegeven. Aangezien ik ook van 1978 tot 1985 bij deze organisaties betrokken was, heb ik met veel belangstelling de documenten bestudeerd.

Fragment De Vrije Socialist 02 01 1937

Het vroegste verslag over een vergadering van de Federatie van Vrije Socialisten, dat de Algemene Inlichtingen- en veiligheidsdienst (AIVD) heeft vrijgegeven, dateert van een dienstweigercongres in Hoogezand op 11 december 1954. In zaal Regenboog waren op die zaterdagavond tachtig jonge mensen verzameld, die luisterden naar een toespraak over dienstweigeren. De avond werd geopend door de voorzitter van de Noordelijke Vrije Socialisten.

De aanwezigen werden meteen al terechtgewezen, omdat de spreker van mening was dat vooral in de noordelijke provincies, de dienstweigeraars te weinig principieel waren en te weinig over politiek wisten. Om voor de krijgsraad een serieuze kans te maken, is het van belang de kranten te lezen en te weten wat geweld was en welke principieel standpunt de rekruut daar tegenover stelde. Het is niet voldoende voor een jongeman te dienstweigeren om jouw vader al dienstweigeraar was.

Mijn commentaar: Deze laatste opmerking over dienstweigeren ,omdat jouw vader ook dienst heeft geweigerd, laat zien dat de anarchistische beweging in de jaren vijftig sterk op de voor-oorlogse periode gericht was. Vóór de oorlog was er een sterke antimilitaristische beweging actief geweest. Door het geweld van de Spaanse burgerloorlog en de Tweede Wereldoorlog was deze beweging grotendeels teloor gegaan. Voormalige anarchisten als Anton Constandse en Arthur Lehning keken verbitterd terug op die tijd. De beweging kwam door de Koude Oorlog bovendien in de verdrukking.

Tijdens de discussie na de pause werd er vooral op de opmerking over het krantenlezen ingegaan. Enkele vragenstellers waren van mening dat achttienjarige rekruten geestelijk nog niet rijp genoeg waren om alles te begrijpen wat in de kranten stond. Bovendien was er te weinig geld om goede lectuur over de kwestie van oorlog en geweld te kopen.

De volgende ochtend werd het congres van Vrije Socialisten voortgezet en waren er slechts 35 mensen in de zaal aanwezig. De voorzitter sprak zijn teleurstelling hierover uit. Het ideaal van een “Algehele Ontwapening” werd in diverse toespraken ter berde gebracht. Er werd discussie gevoerd over de vraag of een supra-internationale politiemacht in de plaats van legers van nationale staten moest komen. Dat idee werd echter door de meeste aanwezigen afgewezen. Vooral het woord “politie” stuitte de dames en heren anarchisten tegen de borst.

Mijn commentaar: De teleurstelling over de geringe opkomst blijkt een gevoel te zijn dat tot in de jaren tachtig steeds weer werd verwoord. De anarchisten denken een hele brede beweging te zijn en een ideaal te verwoorden dat toch iedereen aan moet spreken. Toch zijn er in al die jaren na de oorlog maximaal tweeduizend mensen geweest die het idee van een samenleving zonder staat en tegelijkertijd een algehele ontwapening, aanhangen. We kunnen lacherig doen over de spreker die met een “supra-internationale politiemacht” op de proppen komt. Toch probeert de spreker op die manier een concrete invulling van het ideaal voor te stellen. Veel van de anarchisten komen niet eens zover.

In de vrijgegeven stukken over de Federatie bevindt zich nog een tweede uitgebreider verslag over het congres in Hoogezand. Aangezien de verslagen er qua stijl en inhoud niet als notulen uitzien, mogen we er van uitgaan, dat er twee informanten aan het congres deel hebben genomen. Een derde document over dit dienstweigercongres betreft een samenvatting voor de BVD.

Behalve de hang naar het verleden en het idealiseren van de massa-beweging tegen de militarisering, zijn er nog andere beweegredenen zich bij de anarchistische Federatie van Vrije Socialisten aan te sluiten. Het was midden in de Koude Oorlog en het sympathiseren met het communisme is niet populair. De opstand in Hongarije moest een jaar later nog uitbreken, maar het autoritaire socialisme van De Sovjet Unie was toen al niet populair. Als je dan toch droomt van een samenleving die op gelijkheid is gebaseerd, dan is het vrije socialisme een goed alternatief.

De teleurstelling over lage opkomst en de heimwee naar het verleden komt in de volgende vergadering van Vrije Socialisten, op 20 februari 1955 in Utrecht, weer goed tot volle bloei. Eerst wordt fijntjes geconstateerd, dat de beweging in Utrecht wel een steuntje in de rug kan gebruiken, waarna de lage opkomst wordt betreurd. Eén van de kameraden krijgt het woord en begroet op emotionele en geestdriftige wijze een gast die rond de Eerste Wereldoorlog als spreker heeft opgeroepen tot dienstweigering. “Het oude vuur is nog steeds niet geblust”, constateert hij tevreden.

De volgende spreker op het congres in Utrecht houdt een wetenschappelijk betoog over de verschillen tussen de schrijvers Sartre en Camus, dat de meeste aanwezigen niet begrijpen. De hang naar autoritair socialisme door de schrijver Sartre wordt verklaard uit zijn Rooms-Katholieke opvoeding. Camus daarentegen, had een Franse vader een een Spaanse moeder, hetgeen zijn voorkeur voor anarcho-syndicalisme begrijpelijk maakt. De uitéénzetting over het begin van het anarchisme in Rusland, waar de aanhangers van deze stroming de gewoonte hadden met bommen hoogwaardigheidsbekleders uit de weg te ruimen, werd kritiekloos aangehoord.

In alle volgende verslagen van vergaderingen van de Federatie van Vrije Socialisten, in Rotterdam, Amsterdam en Groningen, staan opmerkingen over de te lage opkomst, de verdeeldheid en gebrek aan slagkracht. Tijdens de vergadering op 2 oktober 1955 is sprake van wel vijf verschillende anarchistische groeperingen, hetgeen als ongewenste verdeeldheid wordt geïnterpreteerd. De sprekers geven verschillende redenen voor de “verslapping van het anarschistisch-socialistische ideaal”. Op het besloten congres op 22 en 23 oktober 1955 te Groningen, wordt geanalyseerd, dat de ideeën van het anarchisme aan de huidige tijd aangepast moeten worden, met als resultaat: “Lichtende wegwijzers moeten geplaatst worden, op weg naar het ideaal”.

Standbeeld van Ferdinand Domela Nieuwenhuis

Mijn leven met de Federatie van Vrije Socialisten

De afgelopen jaren heb ik op deze website en op het keesjemaduraatje blog veel over extreem-links en andere extremistische organisaties geschreven. Sinds 2005 is helemaal niemand op het idee gekomen, dat deze belangstelling misschien iets met mijzelf te maken zou kunnen hebben. Alleen de emeritus hoogleraar Meindert Fennema wierp mij voor, dat ik in mijn jonge leven zoveel fouten had gemaakt, dat ik waarschijnlijk nu boete en rekenschap wilde afleggen. Dat zou de reden kunnen zijn, dat ik het boek “Vijftig Jaar Palestina Komitee” had geschreven. Tijd dus, om nu eindelijk een boekje open te doen en open kaart te spelen.

Tijdens mijn middelbare schooltijd in Castricum was ik al op het anarchistische tijdsschrift De Vrije Socialist geabonneerd. Nadat ik in 1978 naar de Amsterdamse staatsliedenbuurt was verhuisd, ten einde op de VU, culturele antropologie te studeren, meldde ik mij meteen aan bij het in het tijdschrift vermeldde contactadres van de Federatie van Vrije Socialisten.

Monument voor Jo de Haas

Ik vervoegde mij op een middag op een adres in de Amsterdamse Quellijnstraat en stommelde een steile trap op. Op de derde verdieping aangekomen, was de genoemde contactpersoon stomverbaasd dat ik voor de Federatie van Vrije Socialisten kwam, want die was opgeheven en bovendien bestond die niet meer en wat had ik er te zoeken. Dat was voor mij een bittere teleurstelling, want tenslotte waren de woelige jaren zestig al mij voorbij gegaan en bevond ik mij in de saaie jaren zeventig. Nu ging de serieuze anarchistische organisatie Federatie van Vrije Socialisten ook nog aan mijn neus voorbij.

Ik herinnerde mij, dat ik in 1976 op de veerboot van Sheerness naar Vlissingen, de oude provo Robert Jasper Grootveld was tegengekomen. Die vertelde mij bij die gelegenheid, dat de Provo’s op een gegeven moment zichzelf anarchisten waren gaan noemen. Daarop werd het groepje rond Rob Stolk en Roel van Duijn bij de officiële organisatie van anarchisten ontboden om te vragen wat dat te betekenen had en om te onderzoeken of ze wel door de ballotage commissie zouden komen. Deze Vrije Socialisten werden door Robert Jasper als, “de dames en heren anarchisten” beschreven. Tegenover het adres op de Quellijnstraat had Rob Stolk een drukkerij, zodat ik in de tien jaar daarna nog regelmatig met de ex-Provo heb kunnen converseren. Hij was nog steeds kritisch over de Federatie die hij als zijnde “arbeideristisch” beschouwde.

De weken na mijn eerste kennismaking met de officiële organisatie van het anarchisme, belde ik vanaf de telefooncel op het van Limburg Stirumplein regelmatig met mijn anarchistische contactpersoon, en na lang aandringen kreeg ik dan de datum van een vergadering in een zaaltje in de Bethaniëndwarsstraat. Daar ben ik heen gegaan en heb de contacten gelegd die de tien jaren daarna mijn leven drastisch hebben bepaald. Aangekomen bij het zaaltje, natuurlijk precies op tijd, want gereformeerd en uit de provincie, maakte ik kennis met de gewoonte van Amsterdamse activisten altijd te laat te komen. Bovendien was er niet voor sleutels gezorgd, zodat we naar een privé-woning op de Nieuwmarkt moesten uitwijken.

Kampeerterrein tot vrijheidsbezinning

Pas tijdens Pinksteren 1979 kreeg ik de mogelijkheid op de camping “Tot Vrijheidsbezinning” kennis te maken met het “Noordelijk Gewest van Vrije Socialisten”. Ieder jaar gingen de dames en heren anachisten, waar ik inmiddels ook toe behoorde, in een busje of met de trein, helemaal naar Appelscha, om tijdens de Pinksterlanddagen ons in het extreem-linkse gedachtegoed onder te dompelen. De vrijheidsbezinning was slechts beperkt tot de vrijheid van de staat en vrijheid van dienstplicht, maar strekte zich niet tot alle segmenten van het leven uit. De oude garde van de Federatie was streng geheelonthouder, zodat er geen drank en drugs op het terrein werden getolereerd. Voor de Amsterdamse harde kern van anarchisten was dat een reden om buiten het kamp, in een afgelegen dal, te kamperen. Op een gegeven moment ondervonden we meer tolerantie van de regelmatig opduikende boswachter, dan van de oude leden van het Noordelijk Gewest.

Een opmerkelijk detail waar ik in het licht van de huidige diversiteits- en klimaathysterie nog op wil wijzen is, dat er in die jaren gewoon met vlees werd gekookt en ik zelf daar, veel mensen willen dit niet geloven, de enige vegetariër was. Dit principe, en mijn geheelonthouding, werd door de Amsterdamse anarchisten met gehoon begroet. Je kan je serieus afvragen waarom ik niet gewoon met de antropologen naar de kroeg ging en waarom ik mij zo nodig met het thema anarchisme wilde bezighouden. Over sommige dingen moet je niet nadenken.

Dit alles ter inleiding van een serie artikelen die ik op dit blog de komende tijd wil schrijven en die de Federatie van Vrije Socialisten in de periode van 1955 tot en met 1978 beslaat. De aanleiding is een inzageverzoek bij de AIVD over de federatie, hetgeen beloond is met zeven zip-bestanden vol met informatie. Ik heb dit inzageverzoek niet zelf gedaan, maar het is wel van de AIVD-website te downloaden. Om alvast een voorproefje te geven. De BVD en later AIVD hebben sinds de jaren vijftig jaarlijks een lijst met extremistische organisaties gemaakt. De Federatie van Vrije Socialisten staat ook op de lijst en werd dan ook sinds 1955 in de gaten gehouden. Ik was dus een extremist en dat is ook wel eens leuk om te vertellen.



Pax en het vraagstuk van Apartheid

De vredesorganisatie PAX schrijft heel trots op haar website: “Helft Nederlandse bevolking: Apartheid in Israël en de bezette Palestijnse gebieden” . Waar hebben ze het vandaan en klopt het wel?

De uitspraak komt van het onderzoeksbureau I&O Research, dat in opdracht van PAX onderzoek naar meningen over het conflict heeft gedaan. Een andere kop boven een artikel zou kunnen zijn: “Zowel Israël als Hamas verantwoordelijk voor het conflict”. Dat is namelijk een andere uitkomst van het onderzoek. Weer een andere uitkomst van het onderzoek: “Slechts 16% van de Nederlanders weet veel van het conflict af”. Het is maar welk resultaat je wilt benadrukken.

Apartheid
Waarom is er PAX en ook The Rights Forum er zoveel aan gelegen dat de meerderheid van de Nederlanders de situatie in Israël als “Apartheid” categoriseert? Ten eerste natuurlijk omdat het een lekker demoniserende term is, die tegelijkertijd ook niet zoveel zegt. De vraag in het onderzoek was namelijk:” Er is sprake van apartheid in Israël en de Palestijnse gebieden”. De vraag is slecht gesteld, omdat er een groot verschil tussen de juridische positie van Arabieren in Israël aan de ene kant en Arabieren op de Westelijke Jordaanoever aan de andere kant bestaat. In Israël hebben Arabieren Israëlisch staatsburgerschap, terwijl de Arabieren op de Westelijke Jordaanoever de Jordaanse- of een PA-staatsburgerschap hebben. De vraag gaat echter over “Palestijnse gebieden” en daar hoort Gaza ook bij. In dat gebied heeft Israël geen direct zeggenschap. De vraag in het onderzoek is dus niet te beantwoorden. Toch zegt 19% van de ondervraagden het er mee eens te zijn en 32 procent zegt het er niet mee eens te zijn.

Slechts 16% weet er veel vanaf

Verenigde Naties
De kop van het artikel zou moeten zijn: ” Een meerderheid van de respondenten van een I&O Research onderzoek is het er in meer of mindere mate mee eens, dat er in Israël en de Palestijnse Gebieden sprake is van apartheid” Dat klinkt alleen niet zo sexy.

De anti-Israël-organisaties gebruiken de term Apartheid erg graag, omdat de Verenigde Naties resoluties over apartheid hebben aangenomen. Door de situatie in Israël als “apartheid” te bestempelen, hopen ze ook tegen Israël internationale sancties af te kunnen dwingen. Tot nog toe is dat echter niet gebeurd.

Representativiteit
Ik kreeg twijfel over de representativiteit van het onderzoek en vroeg mij af hoe I&O research aan de respondenten was gekomen. Ik heb toen aan de maker van het onderzoek, Asher van der Schelde, de volgende vragen gesteld:

-In uw onderzoeksverantwoording (blz 18) schrijft u: “In totaal werkten 1.281 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan het grootste deel van dit onderzoek. Het grootste deel van de steekproef (n=995) is afkomstig van het I&O Research Panel, 286 respondenten deden mee via PanelClix. Dit zijn allen Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond.”

Wie verantwoordelijk?

Mijn vraag hierover: Hoe kunt u spreken van een representatief onderzoek, als u 286 niet-westerse respondenten (22 procent) aan de groep respondenten toevoegt?  De Nederlandse bevolking bestaat toch niet uit 22 procent niet-westerse immigranten?

-In uw onderzoek geeft slechts 16% van de respondenten aan, veel van het onderwerp af te weten. Hoe staat dat in verhouding tot de 51% van de respondenten die de stelling onderschrijft: “Er is sprake van apartheid in Israël en de Palestijnse gebieden”?  Voor het beantwoorden van deze complexe internationaal rechtelijke vraag, is een behoorlijk kennisniveau noodzakelijk. De criteria voor het toekennen van het begrip apartheid moeten bij de respondent bekend zijn. Bovendien is de aanduiding “Israël en de Palestijnse gebieden” onduidelijk. Arabieren in Israël hebben heel andere rechten dan de Arabieren die op de Westelijke Jordaanoever wonen. Bovendien wordt op de Westelijke Jordaanoever onderscheidt gemaakt tussen de in de Oslo-akkoorden afgesproken gebieden A, B en C.

Asher gaf daarop direct antwoord:
“1) In de onderzoeksverantwoording is een foutje geslopen. Er stond inderdaad dat 286 niet-westerse migranten zijn toegevoegd. Dit moet 202 zijn. In totaal hebben we daarmee 212 deelnemers met een niet-westerse migratieachtergrond.
Dat is 16 procent van de steekproef. Het Nederlands gemiddelde is 15 procent, dus dat komt prima uit.

Dit staat al een tijd ook zo aangegeven op onze website. Ik zie wel dat dit in het pdf-rapport nog niet is aangepast. Daarom begrijp ik de verwarring. Excuses daarvoor.

Gerard Jonkman op het Jaarbeursplein


2) Ik ben het met u eens dat de apartheids-vraag (en andere vragen) ingewikkeld zijn voor de gemiddelde respondent. Daarom hebben we ook besloten om eerst te vragen naar het kennisniveau van de respondenten. Op deze manier kunnen de bevindingen in perspectief worden geplaatst. Dit hebben we ook duidelijk gedaan mijns inziens.

Verder klopt het inderdaad dat Arabieren binnen de Israëlische landsgrenzen andere rechten hebben dan in de Palestijnse gebieden. Vandaar dat we expliciet vroegen naar de Israël én de Palestijnse gebieden.

Een algemener punt is dat je in een opinieonderzoek de respondenten niet te veel moet informeren. We willen immers onderzoeken wat Nederlanders vinden van een bepaald onderwerp.
Als je de steekproef gaat bestoken met informatie ben je dat niet meer zuiver aan het meten. De gemiddelde Nederlanders beschikt immers niet over die informatie. Ook als we bijvoorbeeld een onderzoek doen naar stikstof gaan we respondenten niet eerst informeren over welk % stikstof afkomstig is van de landbouw. Dan onderzoek je namelijk op welke manier mensen informatie verwerken, niet wat ze a priori vinden van een onderwerp.”

Doordat I&O research er voor gekozen heeft, aan een gebruikelijk panel van respondenten, ook nog eens 212 migranten met een niet-westerse achtergrond toe te voegen, verliest het onderzoek aan representativiteit. Deze deelnemers komen van PanelClix waar ze worden betaald voor het invullen van enquêtes. De verwachting is dus, dat het over het algemeen jonge mensen zijn, die met een computer om kunnen gaan.

Zwarte Piet
Ik heb ook nog onderzocht of I&O Research altijd niet-westerse allochtonen aan een onderzoek toevoegt. Dat doet het bureau inderdaad wel vaker, maar nooit zoveel. Bij het onderzoek uit december 2021 (Nederland over Zwarte Piet), met als voornaamste onderzoeksresultaat: “Vooral Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders blij met verandering Zwarte Piet”, werden aan de groep van 1220 respondenten ook nog eens 210 mensen met niet-westerse achtergrond toegevoegd.

In het onderzoek voor de FNV, in augustus 2022, over het thema vermogensongelijkheid, werden 2.289 Nederlanders gevraagd en werden geen niet-westerse respondenten toegevoegd.
In het onderzoek “Draagvlak Kernenergie” voor de partij JA21, uit november 2021, werden 100 niet-westerse respondenten aan de 1110 overige panelleden toegevoegd. Het lijkt er op, dat het resultaat in een richting die de opdrachtgever verlangt, wordt gestuurd, door meer of minder PanelClix respondenten met niet-westerse achtergrond aan de populatie toe te voegen

Polarisatie
In het Nederlands Dagblad (14 juni 2022) werden de makers van het onderzoek uitgebreid geïnterviewd en daar gaf Asher van der Schelde nog een nadere analyse:

“Respondenten die bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 op rechtse partijen stemden, houden Israël doorgaans nauwelijks verantwoordelijk voor het conflict. Aan de links-progressieve kant vindt men dat de verantwoordelijkheid juist wel voornamelijk bij Israël ligt. 

Asher van der Schelde, onderzoeker bij I&O Research, legt uit dat ‘religieuze stemmers’ – mensen die op het CDA, de CU of de SGP stemmen – vooral Hamas verantwoordelijk houden voor het conflict. De organisatie wordt terrorisme verweten en het ontkennen van het bestaansrecht van Israël. “

We hebben dus te maken met een gepolariseerd conflict, waarbij feiten er nauwelijks toe doen. Dan kan je wel naar een mening over apartheid gaan vragen, maar het resultaat is alleen een mening; Een mening van respondenten en niet van de gehele Nederlandse bevolking. Het conflict in het Midden-Oosten is namelijk al veel ouder dan de organisatie Hamas en de staat Israël. Door die twee tegen elkaar af te zetten, creëer je een schijntegenstelling. Voor een gewone kiezer zonder achtergrondkennis is het ook moeilijk te bepalen wie er verantwoordelijk is voor het voortduren van het conflict. Behalve Israël en Hamas zijn er nog meerdere andere partijen betrokken.

Leuk speeltje
Enquêtes zijn een leuk speeltje voor kranten en garanderen mooi krantenkoppen en de nodige aandacht. Het Reformatorisch Dagblad neemt de onderzoeksresultaten zonder meer over, zonder op de verantwoording te letten. Gerard Jonkman van The Rights Forum kan nu heel hard roepen dat een meerderheid van de Nederlanders vindt dat er in Israël en de Palestijnse Gebieden sprake is van apartheid. Dat vindt misschien een meerderheid van de deelnemers aan een enquête en dan nog is het resultaat van het onderzoek omstreden.

De leugens van Gerard Jonkman (The Rights Forum)

Op zaterdag 13 augustus 2022 hield directeur Gerard Jonkman van The Rights Forum, staande op het Jaarbeursplein, naast een Samidoun-vlag, een toespraak. Hij blonk weer uit door onduidelijkheden en regelrechte leugens. Een ‘close read’

Gerard JonkmanMijn commentaar
Ik ben omgegaan toen ik het onrecht zag, toen ik in Israël/Palestina was. Toen ik in de vluchtelingenkampen zat. Ik zag dat alle Palestijnen vrijwel alle rechten wordt ontnomen. Het recht op zelfbeschikking, het recht op zich te ontplooien, het recht op het recht om zich vrij te bewegen, toegang tot gezondheidszorg, en vele andere rechten die we allemaal hebben en die iedereen in de wereld zou moeten hebben. Wat bezetting doet met onderdrukte mensen en overigens ook met de bezetters, die steeds meer gaan dehumaniseren. Ik heb rondgelopen in de vluchtelingenkampen, ik zag vier generaties Palestijnen. Allemaal geboren als vluchtelingen, de ene generatie na de andere.Gerard Jonkman “liep niet rond ” in Palestijnse vluchtelingenkampen, maar was werkzaam voor het Libanese Rode Kruis. Die baan had hij aangenomen, omdat zijn christelijk Libanese vrouw Peguy Harfouche in Nederland geen werk kon vinden. De situatie die hij hier beschrijft heeft betrekking op vluchtelingenkampen in Libanon en geldt niet zonder meer voor andere landen. In Judea en Samaria hebben Arabieren wél toegang tot gezondheidszorg
Jonkman: “Ik zag dat alleen al sinds 2008 meer dan 6000 Palestijnen gedood zijn en meer dan honderdduizend gewond. Heel veel voor de rest van hun leven gehandicapt, veel kinderen, daarbij. Veel Palestijnse kinderen die in de kampen sterven, omdat ze geen toegang krijgen tot de adequate gezondheidszorg.K.B.: Gerard Jonkman verwart hier de situatie in Libanon (gezondheidszorg) met de burgeroorlog In Israël. Tijdens militaire conflicten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever zijn inderdaad ook aan beide kanten burgerslachtoffers te betreuren. Dat Palestijnse kinderen in kampen door slechte gezondheidszorg sterven, heeft met Libanees beleid te maken. Israël is daarvoor niet verantwoordelijk.
GJ: Ik word woedend als ik zie dat in 2018/2019 tweehonderdvijftig ongewapende Palestijnen, die geen bedreiging vormen voor de Israëlische bezettingstroepen, straffeloos worden doodgeschoten, dat er dertigduizend gewond zijn geraakt. Maar één soldaat kreeg een taakstraf van dertig dagen , niet omdat hij een Palestijnse jongen van 14 jaar had doodgeschoten, maar omdat hij het bevel tot schieten niet had afgewacht.K.B. Hoewel er geen bron wordt genoemd, gaat het hier waarschijnlijk over de campagne “Rights to Return” waarbij jonge Gazanen naar de Israëlische grens liepen en daar met Israëlisch geweervuur geconfronteerd werden. Dit betreft een doelbewuste provocatieve confrontatie van Hamas.
De internationale gemeenschap deed niks, doet niks. De internationale gemeenschap neemt geen enkele maatregel tegen Israël. Het keft het blaft, maar het bijt niet. Sterker nog, ons Ministerie van Economische Zaken organiseerde nog in 2021 een promotie dag voor het Israëlische defensiebedrijf Elbit, dat de wapens levert waarmee de Palestijnen vermoord worden.K.B. Gerard Jonkman overdrijft hier. Het evenement werd uitgevoerd in samenwerking met het Commissariaat Militaire Productie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Met ongeveer 100 deelnemers nam een groot deel van de Nederlandse defensie technologische en industriële basis deel aan de drie uur durende live-uitzending.  
https://www.dutchdefencepress.com/elbit-systems-industriedag-van-trekt-100-deelnemers/
GJ:Daarom zet ik mij in voor Israël/Palestina. Ieder mens heeft het recht op zelfbeschikking en onderwijs , tot toegang tot goede medische zorg en tot toegang tot een rechtvaardig juridisch systeem.
Wij als The Rights Forum zetten ons dus in voor internationaal recht en rechtvaardigheid.
Het is schandalig dat onze regering, die zetelt in de internationale hoofdstad van Internationaal Recht, dat die weigert om ook maar iets te ondernemen, om een einde te maken aan dit onrecht.
Door niet in te grijpen, werkt onze regering mee aan het in stand houden van deze bezetting.
K.B. Volgens het Internationaal Recht, dat The Rights Forum beweert na te streven, hebben volkeren het recht op zelfbeschikking. Het recht op individuele zelfbeschikking wordt alleen in nationale grondwetten geregeld. Door Palestijnen in Libanese vluchtelingenkampen, bewoners van Gaza, bewoners van de Westelijke Jordaanoever en bewoners van Israël op één grote hoop te gooien, lijkt het alsof er nergens recht op onderwijs, gezondheidszorg of toegang tot een juridisch systeem is. Dat is een leugen. In Gaza is Hamas verantwoordelijk in de gebieden van de PA, is Fatah verantwoordelijk en in Israël is de Israëlische regering verantwoordelijk. In Israël zelf heeft iedereen recht op onderwijs en gezondheidszorg.
GJ:Aan het in stand houden van de blokkade van Gaza, de onderdrukking, de discriminatie, de straffeloosheid en de apartheid. Desmond Tutu zei al:  Als je neutraal blijft in een situatie van onrechtvaardigheid, heb je de kant van de bezetter gekozen. Dat is wat Nederland doet.KB: Gerard Jonkman citeert hier onnauwkeurig. Desmond Tutu werd door Robert McAfee Brown in 1984 in het boek, “Unexpected News: Reading the Bible with Third World Eyes”, geciteerd, zeggende : “If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor. If an elephant has its foot on the tail of a mouse and you say that you are neutral, the mouse will not appreciate your neutrality”
Tutu heeft het dus niet over een bezetter.
GJ: Dit jaar hebben wij een verzoek ingediend bij een aantal universiteiten om informatie te geven over hun banden met  Israëlische bedrijven, zoals het defensiebedrijf Elbit dat ik al eerder noemde, maar ook met Israëlische lobby organisaties. Wij zijn door Nederlandse studenten en academici gevraagd dit verzoek namens hen in te dienen , omdat zij vreesden voor de consequenties, voor de repercussies, als zijn het verzoek zelf in zouden dienen. We hebben gemerkt dat die vrees niet onterecht was. We hebben van alles over ons heen gekregen.Het gaat hier om een zogenaamd WOB-verzoek, waarin niet alleen de contacten met Israëlische universiteiten en bedrijven werd onderzocht, maar ook met Joodse Nederlandse organisaties. Dat laatste is Joodse organisaties in Nederland in het verkeerde keelsgat geschoten. Onderzoek naar Joodse organisatie, die als “Israël-lobby” worden beschreven, wordt als antisemitisch beschouwd. Alleen de term “Israël-lobby” wordt al als nieuwe versie van “Joodse Lobby” , een nazi-term, gezien.
Het doel van het WOB verzoek is geen academische studie of academisch debat, maar een aanzet tot boycot.
GJ:We zijn belaagd van alle kanten. Politici noemden ons antisemieten. Zelfs onderdelen van de politie , riepen op om aangifte tegen ons te doen, omdat het antisemitisch zou zijn. We zijn daar enorm druk mee bezig geweest . We voeren op dit moment circa twintig procedures. Maar we hebben gelijk gekregen. We krijgen gelijk. Het onderdeel van de politie waar ik het net over had, heeft laten weten fout te zitten. Er zijn stukken gepubliceerd in kranten en ook die worden gerectificeerd. Het is ontzettend belangrijk dat we doorgaan en dat we ons niet laten afleiden door alle aanvallen. Dat is alleen maar bedoeld om het niet over de argumenten te kunnen praten, om de discussie en de hele situatie dood te leggen.KB: The Rights Forum heeft weerwoord gekregen, doet nu huilie-huilie en spreekt van een blokkade. Het ging hier om het Joods politienetwerk dat op een website heeft aangegeven, hoe aangifte wegens antisemitisme kan worden gedaan. Dat is iets anders dan “oproepen aangifte te doen”. De discussie is door deze kritiek op The Rights Forum nooit drooggelegd, maar is juist aangewakkerd. Het slachtoffergedrag van The Rights Forum is opvallend. De organisatie kan wel uitdelen, onder andere door jarenlange demonisering van Israël, maar kan geen klap terug incasseren.
Overigens dit is niet het eerste geval . We hebben ook in 2018 een lezing van Israëlische en Palestijnse mensenrechtenverdedigers aan de Universiteit Leiden willen organiseren. Ook die werd door de Israëlische lobby tegengewerkt en bijna onmogelijk gemaakt. Die is alleen onder enorme politiebeveiliging doorgegaan. Dit speelt al vele jaren. Ik zou vooral willen oproepen om door te gaan. We zien het aantal mensen dat zich hardmaakt voor rechtvaardigheid en gerechtigheid voor de Palestijnen toeneemt.KB: Er waren in 2018 “mensenrechtenorganisaties” uitgenodigd, die banden met de verboden PFLP onderhielden. Dat was de werkelijke reden voor CIDI en NIW hier kritiek op te geven. Dat Gerard Jonkman nu nog naast een vlag van Samidoun demonstreert, laat zien dat hij nog steeds geen probleem met terreurorganisaties heeft.
We zagen het onlangs in een onderzoek, wat door PAX is gehouden, dat  51% van de Nederlanders van mening is dat er in Israël sprake van apartheid is en slechts 6 procent vindt, dat er geen sprake is van apartheid. Er is ook een hele grote groep die het nog niet weet.
(https://paxvoorvrede.nl/nieuws/berichten/helft-nederlandse-bevolking-apartheid-in-israel-en-de-bezette-palestijnse-gebieden)
Daarom is het ontzettend belangrijk, dat wij allemaal ons best blijven doen, en dat we actie blijven voeren, om duidelijk te maken wat er in Israël / Palestina speelt.
KB: De onderzoekers van I&O Research, (mei 2022) hebben aan de 995 representatief uitgekozen Nederlanders, een groep van 286 respondenten met een niet-westerse achtergrond toegevoegd (PanelClix) . Daardoor wordt het gehele onderzoek en de meningen daarin, niet representatief voor de gehele Nederlandse bevolking. In het onderzoek geeft zestien procent van de respondenten aan, veel af te weten van het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Zesenzestig procent geeft aan niet veel over het conflict te weten. Een ingewikkeld begrip als apartheid kan dan ook niet aan een groep als deze ter beoordeling voorgelegd worden.

https://paxvoorvrede.nl/media/download/PAX%20-%20I&O%20Opinieonderzoek%20Israel-Palestina.pdf

Met de aanvullingen, verbeteringen en commentaren heb ik aan willen geven, dat Gerard Jonkman van The Rights Forum, op zijn eigen demoniserende wijze en met zijn anti-Israël-houding, zomaar iets roept. Hij heeft het over “Israël/Palestina”, zonder dat iemand begrijpt wat dat is. Israël krijgt de er schuld van, dat kinderen in Libanon niet naar school kunnen en geen gezondheidszorg krijgen. Het is een misdadige en vertekende serie leugens en bedrog, dat hij op het Jaarbeursplein probeert te verkopen. Gerard Jonkman is geen haar beter , dan de jongens en meisjes van de Samidoun, waar hij naast staat.

Versnipperde pro-Pal demonstraties

Het lijkt wel alsof de Gazaoorlogen steeds korter duren. Een jaar geleden had het Israelische leger in de campagne “Bewaker van de muren” twintig dagen nodig om orde op zaken te stellen. In 2022 waren de strategische doelen al na twee dagen bereikt.


De Pro-Palestijnse beweging heeft nauwelijks tijd voor een grote mobilisatie. Massa demonstraties zoals in 2014 en 2018 bleven dan ook uit. Een andere oorzaak voor de versnippering is, dat elke clubje voor zichzelf lijkt te demonstreren. Amin Abou Rashed demonstreerde met zijn Hamas-aanhangers op het Beursplein. De jongens en meisje PFLP aanhangers stonden met Samidoun op het Plein 40/45. Dorien Ball (BDS) riep met de belachelijk leuze “Tegen de bezetting van Palestina door Israel”, tot een demonstratie op het Jaarbeursplein te Utrecht op .

Biddende handen op het Beursplein
Islamitische eisen aan de demo op het Jaar beursplein

Een bijkomstige tegenvaller qua eenheid en opkomst, was de weigering van de Islamitische vrouwen, om samen met mannen te demonstreren. Ze eisen een gescheiden organisatie en islamitische inhoud.

Deze waarnemingen en mijn conclusies, zijn een breuk met het all-you-can-eat palestinisme van de afgelopen jaren. Extreem-Links demonstreerde samen met de moslimbroeders. SP en Groenlnks sloten zich zonder problemen aan. De invloed van de Palestijnse beweging op democratisch links schijnt voorbij te zijn.

Woordenboek van het conflict

Bijna had ik als titel “Woordenboek van het Israëlisch-Palestijnse conflict gebruikt”, maar daarmee had ik al weer twee woorden gebruikt waar de twee kampen in “Het Conflict” aanstoot aan hadden kunnen nemen. Aanstoot geven is het laatste wat ik wil. Woorden doen ertoe in het conflict. Door elkaars termen te ontkennen en dus niet te gebruiken, laat je zien waar je staat. Ik had ook kunnen schrijven “Midden-Oosten conflict”, maar dat dekt niet de lading van het conflict. Het gaat over dat hele kleine stukje aarde, waar iedereen zich mee schijnt te moeten bemoeien en waar de afgelopen 150 jaar wel veel gebeurd is, maar toch qua polarisatie niet veel veranderd is. Je denkt toch niet werkelijk dat de zogenaamde “human right consultants” en de specialisten in “internationaal recht” zich ook maar één minuut over het uitmoorden van Jezidi’s in Syrië zorgen hebben gemaakt, of dat ze petities ondertekenen die de rechten van koptische christenen in Egypte willen waarborgen? Nee, het is geen Midden-Oosten-conflict. Er gebeuren in het Midden-Oosten heel veel vreselijke dingen, maar wat er in Israël gebeurt, dat staat in het brandpunt van de belangstelling van journalisten, activisten en academici. Woorden doen er in dit conflict toe en over woorden gaan we het hier hebben.

Westelijke Jordaanoever

05-01-1939 CIN

Zionisten gebruiken de term Westelijke Jordaanoever niet, omdat ze het als een Jordaanse term beschouwen. Het eigenlijke gebied ligt aan de kant van buurland Jordanië. Als er een Westelijke Jordaanoever is, is er ook een Oostelijke Jordaanoever. Dat zou betekenen dat dit stukje land ten westen van de Jordaan wederrechtelijk en door toeval aan Israël is toegevoegd, terwijl Judea voor zionisten de kern van het Joodse gebied is.

Ik heb het uitgezocht en nu blijkt in mijn ogen, dat de zionisten deze keer geen gelijk in hebben. Wie op delpher.nl de term “Westelijke Jordaanoever” opzoekt, zal lezen dat deze term reeds op 05-01-1939 in het Centraal blad voor Israëlieten in Nederland, werd gebruikt. De term heeft dus niet direct met de zesdaagse oorlog in 1967 te maken, maar werd reeds voor de stichting van de staat Israël gebruikt.

De volgende keer dat de term Westelijke Jordaanoever in de Nederlandse pers wordt gebruikt, is pas in 1951, maar nog vóór de verovering van de gehele Westelijke Jordaanoever in 1967. Intussen wordt er al door Syrië op de “Westelijke Jordanoever” geschoten. (NIW 30-03-1951). Blijkbaar wordt dat kleine stukje land ten westen van de Jordaan, in Galilea ook al “Westelijke Jordaanoever” genoemd.

Judea en Samaria

Het Nederlandsche dagblad (19-07-1900)

De term “Judea en Samaria” wordt in het jaar 1900, dus nog voor de oprichting van het Britse Mandaat voor Palestina, in het Nederlands Dagblad genoemd in verband met zending. Nu wordt de term in Israël als alternatief voor “Westelijke Jordaanoever” gebruikt, Wie Judea en Samaria zegt of schrijft, staat in het conflict aan de kant van Israël.

Palestina
Wat is Palestina? Waar is Palestina? Het gebruik van de term Palestina om een land of staatkundige eenheid aan te duiden wordt steeds lachwekkender, ware het niet dat er in het Midden-Oosten niks te lachen valt. Het gebruik van woorden is dodelijk en laat zien waar je staat. Het gebruik van de term “Palestina” of “Palestijnen” kan urenlange discussies opleveren en dat wil je niet. Als een gerespecteerde hoogleraar, die nog het voorwoord van mijn geruchtmakende boek “Vijftig Jaar Palestina Komitee” heeft geschreven, onlangs nog aankondigt op reis naar “Palestina” te zijn, kan ik het niet nalaten te vragen waar of dat land dan precies volgens hem ligt.

Staatkundig
Staatkundig gezien zou je kunnen aanvoeren dat, sinds de in 1993 gesloten Oslo-Akkoorden, onder Palestina verstaan wordt: Een kleine enclave bij Ramallah, bestuurd door de Palestijnse Autoriteit, enkele stroken land op de Westelijke Jordaanoever, die met de termen Gebied A en Gebied B worden aangeduid en daarnaast de door Hamas geregeerde Gaza-strook. Over de status van Jeruzalem-Oost wordt nog gedebatteerd. Omdat de Oslo-akkoorden geen vervolg of gevolg hebben gekregen en er op dit moment niet verder onderhandeld wordt, is de vraag “Waar ligt Palestina?” een brandend thema. Door de verdeeldheid onder de Palestijnen, in een Fatah-kamp en een Hamas-kamp, ligt het niet in de verwachting dat deze vraag in de nabije toekomst door de drie partijen naar tevredenheid zal worden beantwoord. Intussen bedoelen de pro-Palestijnse activisten in Nederland met het gebruik van de term “Palestina” en hele voormalige Mandaatsgebied Palestina en eigenlijk zeggen ze, dat Israël niet mag bestaan.

Ordinaris dingsdaeghse courante op 29-01-1658,

Landstreek Palestina
In de Nederlandse gedrukte media wordt de term Palestina voor het eerst in de Ordinaris dingsdaeghse courante op 29-01-1658, dus kort na het ontstaan van Nederland als staatkundige eenheid, gebruikt. “…en sijnen Broeder alhier seer qualijcken daer over achter den rugge is lakende) een Manifest laten uytgaen , waer in hy bewijsen wil dat den ontlijfden Monaldesque sijne Coninginne verraden, en haere geheymenisse hem aenvertrouwt andere ontdeckt , ende geopenbaert heeft gehad, doch doet weynigh vruchts , want als dees verlede dagen den Prinse van Palestina Barbarino in de voorplaetse van sijn Hoff , een paert sagh toemaecken, en de kennisse kreeg sulcx den voornoemden Santinel li toebehoorde , gelasten dadelijcken sulcx uyt te bren gen , met dese woorden, hy geen paert in sijn Hoff be–
geerden te dulden , ’t geene een onwaerdigh Cavalier ende des Beuls broeder toebehoorde.”

Het Ottomaanse rijk

Het Ottomaanse rijk regeerde van 1299 tot 1922 gebieden rond de  Middellandse zee. Het gebied rond Jeruzalem werd tussen 1512 en 1520 door Selim I veroverd. Soevereine staten zoals we die nu kennen, bestonden nog niet. De term Palestina moet in deze periode als aanduiding van een landstreek rond Jeruzalem beschouwd worden.

Het Britse Mandaat voor Palestina (1918-1948)
Als de pro-Palestijnse activisten allerlei postzegels, bankbiljetten en landkaarten met “Palestina” laten zien en daarmee willen aantonen, dat het huidige Israël op het grondgebied van een imaginair land “Palestina” is gebouwd, dan hebben ze het over het Britse Mandaat voor Palestina dat na de val van het Ottomaanse rijk door de Volkerenbond is aangewezen om het gebied te besturen. Er heeft dus wel ooit een staatkundige eenheid Palestina ( 1918-1948) bestaan, maar dan wel bestuurd door Groot-Brittannië en niet als zelfstandig Arabisch land. In deze periode hebben Arabische leiders wel een Arabisch nationalisme geformuleerd, maar die aspiraties waren niet gericht op een zelfstandige Arabische staat met de naam Palestina. Veel meer bestond het Arabische streven eruit de Joden en de Britten uit het land te verwijderen. Sinds 1947 hebben de Arabische leiders keer op keer het aanbod van een zelfstandig land Palestina afgewezen. Daardoor is de term Palestina een mythische term zonder enige inhoud gebleven.

Palestijnen
Met de term “Palestijnen” is iets heel vreemds aan de hand. Vóór de stichting van de staat Israël in 1948 werden hiermee namelijk bewoners in de landstreek Palestina aangeduid. Dat kunnen zowel Joden als Arabieren zijn. In de Nederlandse kranten wordt zelfs geen onderscheid gemaakt. In het Nieuw Israelietisch weekblad van 05-02-1897 wordt de term “Palestijnen” voor het eerst gebruikt in de volgende context:

EINDHOVEN, 31 Jen. De vereeniging „Hagnosas Ourgim” alhier vergaderde gisterenavond onder presi-
dium van den heer P. de Heer. De penningmeester. De heer Mathias Elias, bracht verslag uit omtrent den
financieele toestand des genootschaps, die gunstig bleek te zijn. Uit het verslag van den secretaris, den
heer M. Staal, vernamen wij, dat in het jaar 1836 op 24e bons is bedeeld een bedrag ad f 502.70 en wel
aan 99 personen verdeeld over de volgende nationaliteiten 68 Nederlanders, 13 Duitschers, 9 Russen, t
Oostenrijkers, 2 Turken, (Palestijnen), 2 Franschen, 1 Uteu en 1 Belg. Bedeeld werden 29 personen één
maal, 36 pers. 2 m. 13 pers. drie m., 27 pers. 4 m. Bestuurderen hadden den dank der vergadering in
ontvangst te nemen voor hun accuraat beheer.
Algemeen Handelsblad van 09-07-1930

Niet alleen worden de Palestijnen hier onder de categorie Turken geschaard, maar ook nog in een Joodse context.

In het Algemeen Handelsblad van 09-07-1930 wordt opnieuw term “palestijnen in een Joodse context gebruikt, als het gaat over deelnemers aan een sportwedstrijd in Antwerpen.


De term “Palestijnse Arabieren” in Nederlandse kranten

Lieneke Woltjer
Zelfs L.M.C. (Lieneke) Woltjer-Van der Hoeven Leonhard, waar de pro-Palestijnse Leonhard-Woltjer Stichting naar genoemd is, gebruikte de term “Palestijnen” niet op de manier zoals nu bij kranten en activisten gebruikelijk is. Omdat zij haar activisme in de jaren vijftig begon, benoemde zij “Palestijnse Arabieren”, dus Arabieren uit de landstreek Palestina. De term Palestijnen in de zin van authentiek onderdrukt volk dat van zijn grondgebied beroofd werd, is pas na 1964, dus na de oprichting van de PLO en ruim zestien jaar na het oprichten van de staat Israël, als mythe geïntroduceerd

Gebruik van het woord “Palestijnen” sinds 1964

Palestina Comité
Zelfs het woord “Palestina Comité” bestond vóór 1969 uitsluitend in een Joodse- en zionistische context. Aanvankelijk wordt dit woord gebruikt om een groep mensen aan te duiden, die vanuit Nederland het zionistische ideaal van het stichten van een Joodse staat in de landstreek-, later mandaatsgebied-, Palestina willen bevorderen.

Palestina Comité in Nederlandse kranten

Zionistische entiteit
Voor de fundamentalistische Palestina-aanhanger is het zelfs te veel om de term “Israël” te gebruiken. “Zionistische entiteit” is een pejoratieve term die met name in de Arabische wereld wordt gebruikt om de staat Israël mee aan te duiden. De term drukt een vijandigheid uit jegens Israël en een ontkenning van het bestaansrecht van Israël als staat.
Het gebruik van de term gaat terug tot 1917, toen een prediker aan de Al-Taqwah moskee in Algerije de term gebruikte naar aanleiding van de Balfour-verklaring. Hij voorzag dat de Balfour-verklaring het pad zou effenen naar de oprichting van een Zionistische entiteit in ‘het hart van het land van de islam’.

Tot 1967 werd de naam Israël in de pers van de Arabische wereld vrijwel niet gebruikt; tegenwoordig gebruiken media als Al Jazeera en Al-Ahram de term Israël echter wel, zowel in de Arabische versie als de Engelstalige versie van de website. In het Nederlandse taalgebied wordt de term Zionistische entiteit gehanteerd door de Arabisch-Europese Liga en op de extreemrechtse website Stormfront.

In oktober 2020 baarde de Syrische president Assad groot opzien, door het woord “Israël” te gebruiken, in plaats van “Bezet Palestina” of “Zionistische entiteit”. Waarnemers zien daarin de aanzet tot een mogelijk vredesakkoord.


Samidoun marcheert op een leeg plein

Een politieman komt naar me toe, om te vragen namens wie ik op het verder uitgestorven Plein’40-’45 sta. Nadat ik mij netjes voorgesteld heb en aan beide politieagenten een hand gegeven heb, wordt mij medegedeeld, dat het programma van de Samidoun-demonstratie veranderd is en dat er straks, na een korte toespraak, naar het Mercatorplein gelopen zal worden.

Zondag 10 juli 2022; Plein ’40-’45; Samidoun

Op dat moment staan er precies zeven Samidoun-aanhangers op het plein, begeleid en in de gaten gehouden, door elf politieagenten en twee motoragenten. Ik vraag aan de politieagent of het voor de demonstranten niet verstandiger is op het plein te blijven staan, omdat het een zielig gezicht is, als zeven mensen nu gaan lopen demonstreren op straat. De hele actie, waarover schriftelijke gemeenteraadsvragen gesteld zijn en waarop het gemeentebestuur geantwoord heeft, dat er geen redenen zijn de verering van PFLP-woordvoerder Ghassan Kanafani en de herdenking van zijn eliminatie in 1972, een halt toe te roepen, dreigt nu in het water te vallen. “Een storm in een glas water”, geef ik tegenover de politieman te kennen.

Ierse vlag
De demonstranten worden bijgestaan door een delegatie van de Rotterdamse Rode Morgen waarvan één van de leden een Ierse vlag bij zich draagt. Ik kan dit vlaggenvertoon niet meteen duiden. Aanvankelijk denk ik nog dat het een vlag van Ivoorkust is, maar ook daar zie ik geen revolutionaire connectie.

Afbeeldingen van Georges Ibrahim Abdallah

Georges Ibrahim Abdallah
Nadat ik op Twitter al enkele foto’s van de demonstratie heb gedeeld, ontstaat een kleine storm van Twitter-verontwaardiging, over het tonen van de afbeelding van Georges Ibrahim Abdallah, tijdens de demonstratie. Deze Arabische communistische terrorist werd in 1984 in Frankrijk, tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld, wegens het vermoorden van een Amerikaanse- en een Israëlische diplomaat. Het is natuurlijk opvallend, dat de Palestijnse gevangenenorganisatie Samidoun uitgerekend voor de vrijlating van deze moordenaar demonstreert.

Jacob Bodden oefent zijn communicatieve vaardigheden

Gebrek aan steun
Behalve te observeren welke vlaggen en afbeeldingen er meegedragen worden, analyseer ik ook wat er tijdens de demonstratie niet te zien is. Anderhalf jaar geleden werd de sektarische groep Samidoun nog aangevoerd door de kunstenares Yasmin Achmed, uit Ierland. Deze keer liet ze echter verstek gaan, hetgeen mogelijk een aanduiding voor ruzie in de tent is.

De lage opkomst laat ook een gebrek aan integratie met andere pro-Palestijnse groepen zien. De Hamas-fondsenwerver Amin Abou Rashed demonstreerde een jaar geleden nog met Samidoun mee. Op de Dam in Amsterdam is te zien, dat zelfs Simon Vrouwe geen Samidoun-vlag meer draagt. Andere “usual suspects” zoals Gustav Drayer en José van Leeuwen blijven ook van deze manifestatie weg. Samidoun blijft geheel weg van de humanitaire kant van de Palestijnse beweging en richt zich geheel op het vereren en vrij laten van echte terroristen van de PFLP (Popular Front for the Liberation of Palestine). De hard-core proPal activisten vinden dát zelfs te ver gaan. Bovendien zijn er bij Samidoun geen “echte” Palestijnen betrokken, zodat een beroep op het authentieke principe van “All You Can Eat Palestinism” geheel ontbreekt.

Thomas Gerhard Hofland; From the River to the Sea

Van Rivier tot aan de Zee
Thomas Gerhard Hofland stond weer heel trots met zijn spandoek “From The River To The Sea” te zwaaien. Ook acht jaar studie politicologie heeft hem nog doen inzien, dat deze eis volkomen irrationeel is en zeker in combinatie met het vereren, dan wel vragen om vrijlating van, terroristen van de PFLP. Israël is intussen militair zo sterk geworden en de banden met omringende landen zo strak aangehaald, dat Israël gewoon zegt: “Kom vechten dan!”

Bodden
Jacob Bodden heeft in de laatste anderhalf jaar zijn retorische vaardigheden aanmerkelijk verbeterd en hield de eerste toespraak. Het is zonde om een jonge man met zoveel muzikale talenten te zien afglijden en ten prooi te zien vallen aan een sektarische leider, die niets met zijn leven kan doen dan op stille pleinen een onbereikbaar ideaal na te streven. Geen enkele Palestijn heeft er iets aan en helemaal niemand in Libanon weet nog wie Ghassan Kanafani is. De jonge Jacob Bodden begin er echter wel steeds ongelukkiger uit te zien.


Na een uur hield ik het wel voor gezien en verliet het verlaten Plein ’40-’45. Of de dames en heren revolutionairen nog naar het Marcatorplein zijn gemarcheerd, dat weet ik niet. Dat lezen we ongetwijfeld wel weer op een obscure Canadese website.

Samidoun mag zondag demonstreren

Dossiers over Samidoun en PFLP

De afgelopen weken heb ik veel over de Palestijnse gevangenen-organisatie Samidoun en over de “Kanafani-verering” geschreven. Hieronder zie je alle documenten en blogs bij elkaar.

Wie was Ghassan Kanafani (PFLP) (1936-1972)
Over de PFLP woordvoerder Ghassan Kanafani en het Nederlandse Palestina Komitee
Slachtoffer, dader en icoon
PFLP-mantelorganisatie Samidoun
De studentenflat in Amstelveen….
Samidoun Canada
De voorzitter van Samidoun: Charlotte Lynne Kates
Solidarity Movement : Joe Catron
Weggejaagd uit Duitsland
Problemen in Frankrijk
Revolutionaire studenten in Nederland
Thomas Gerhard Hofland in the picture
De ideologie van Samidoun en de PFLP
Demonstreren op Plein ’40-’45; een provocatie?
Mag Samidoun in Amsterdam demonstreren?

Kanafani in Nederland

Ghassan Kanafani heeft de Palestino-beweging in Nederland, door geëlimineerd te worden, een grote dienst bewezen. De anti-imperialistische beweging kan deze leider van de PFLP hierdoor tegelijkertijd als literair talent, slachtoffer van het zionisme, als ook strijdbare strijder presenteren. Het is slechts weinig iconen gegeven op die manier te eindigen en tegelijkertijd in de herinnering voort te leven.

Algemeen Dagblad 10-09-1977

De persoon Ghassan Kanafani wordt al direct na zijn dood, veroorzaakt door een autobom in Beiroet, geëerd door het Nederlandse Palestina Komitee. Zijn gedichten worden gepubliceerd en er wordt en reeks brochures naar hem genoemd. Tot op de dag van vandaag kunnen in de Nederlandse bibliotheken werken uit de “Ghassan-Kanafani-reeks” geleend worden. Door deze verering ontstaat ook een paradox, omdat het Nederlandse Palestina Komitee altijd heeft geprobeerd zich van het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP) te distantiëren.

Het Medisch Komitee Palestina, dat in de jaren zeventig nauw met het Palestina Komitee verbonden was, zond activisten naar Libanon om in de Arabische vluchtelingenkampen medisch te helpen. In Libanon kwamen deze leden met het PFLP in aanraking. De revolutionaire taal en het gezwaai met AK-47-geweren en vlaggen maakte grote indruk op linkse studenten uit Nijmegen en Utrecht. Gegeven het feit dat het PFLP in die periode nauwe contacten met de Rote Armee Fraktion (RAF) onderhield en probeerde vaste voet in West-Europa te zetten, was deze ontwikkeling gevaarlijk. Er dreigde zelfs voor een korte tijd een scheuring in het Palestina Komitee.

De verering van Ghassan Kanafani, vanwege zijn martelaarschap en zijn schrijverij, begint in Nederland ongeveer vijf jaar na zijn dood. Zijn boeken worden uitgebracht en er worden lezingen over hem gehouden. Toch resulteert die ophemeling de tweeëntwintig jaar na zijn dood tot slechts 31 publicaties in Nederlandse kranten. Dat aantal is inclusief de feitelijke beschrijving van de eliminatie. We mogen hopen dat het vijftigjarig jubileum van de dood van de terrorist niet tot een nieuwe golf van verering leidt. Ook dit artikel is helaas te veel eer voor iemand die voor de dood van vele onschuldige burgers verantwoordelijk wordt gehouden.

Boeken over Ghassan Kanafani

In al die artikelen en herdenkingen wordt de Israëlische geheime dienst Mossad verantwoordelijk gehouden voor het opblazen van de auto van Ghassan Kanafani. Het nadeel van die theorie is, dat de Mossad nooit een visitekaartje bij geëlimineerde personen achterlaat. Daardoor is het curieus te constateren, dat uitgerekend bij deze aanslag een visitekaartje van de Israëlische ambassade in Kopenhagen gevonden werd. Als je dan bij deze zoektocht betrekt, dat de vrouw van Ghassan kanafani een Deense activiste was, dan kan je niet aan de indruk onttrekken, dat er ook nog hele andere oorzaken voor de ontploffing te bedenken zijn. Een door het PFLP gemaakte briefbom zou ook de oorzaak kunnen zijn. (Limburgsch dagblad 10-07-1972)

Het leven en de dood van Ghassan Kanafani moet wel in een historisch perspectief besproken worden. In 1972 was nog sprake van dekolonisering, waarbij over de gehele wereld nationale gewapende bevrijdingsstrijd plaats vond. We denken aan Vietnam, Angola en Mozambique. De leiders van de PLO en PFLP probeerden met hun vliegtuigkapingen en moordpartijen de indruk te wekken, dat ook hier in het Midden-Oosten zo’n bevrijdingsstrijd plaats vond. Tel daar de bewondering voor gewapende intellectuelen die sterven, zoals Che Guevara, bij op en een mogelijke verklaring voor de Kanafani-verering is geschapen. Tegelijkertijd wilde de leiding va het Palestina Komitee niet de indruk wekken aanhangers van de RAF te zijn, waardoor de distantie weer wordt ingezet. Dode terroristen hebben als voordeel, dat je van alles aan het imago kan hangen, zonder dat zij terug kunnen praten of nog werkelijk gevaarlijk kunnen zijn.

Hoe anders is deze verering in de huidige tijd. De Sovjet-Unie en de DDR, die dit soort terreurgroepen in de jaren zeventig nog steunden, bestaan niet meer. De anti-imperialistische strijd is vanwege het gebrek aan te dekoloniserende kolonies gestaakt. Het socialisme is dood en wij voelen onszelf ook niet helemaal lekker. Na de aanslagen van 11 september 2001 en de terreur van Al Qaida en Islamitische Staat van de afgelopen twintig jaar, is de heimelijke verering van terroristische aanslagen wel tot een nulpunt gedaald. Je moet echt wel tot een heel eng wereldvreemd clubje van marxistisch-leninisten, zoals Samidoun of Revolutionaire Eenheid behoren om dit soort acties nog goed te praten of Ghassan Kanafani te vereren.

Het graf van Kanafani (2022)

De Duitse filosoof Karl Marx heeft eens geschreven, dat historische gebeurtenissen eerst plaats vinden als tragedie, maar vervolgens als klucht terugkeren. Dat zien wij ook bij de aanbidding van Ghassan Kanafani. De vroegere vliegtuigkaapster Leila Khaled, die met een vuistje omhoog naast de bejaarde voorzitter van het Palestina Komitee staat en daarbij ook nog gefotografeerd wordt, wekt bij mij geen haat meer op, maar wel medelijden. Hetzelfde geldt voor studenten op de Vrije Universiteit, die menen dat het met messen en zelfgemaakte bommen aanvallen van burgers een revolutionaire daad voorstelt. Je mag alleen maar hopen dat ze later nog een baantje als politicoloog of antropoloog op een universiteit kunnen krijgen, zodat ze hun hele verder leven de tijd hebben hun inktzwarte zonden te overdenken.