communicatie, ICT, media, blog en publicatie

Twitterstorm over “De Boycot van Israël”

Als je net een boek hebt uitgebracht, hoop je altijd dat het wordt besproken en dat daarmee de nodige publiciteit wordt gegenereerd. Daarom was ik helemaal niet rouwig over de twitterstorm die uitbrak na het uitgeven van “De Boycot van Israël, BDS; Demoniseren, Delegitimeren, Discrimineren” (Aspekt/CIDI). De virulente haat en het sentiment van antisemitisme waarmee de tweets geschreven werden, schokt zelfs mij, als kenner van de pro-Palestijnse beweging in Nederland.

BDS Nederland schreef een venijnig artikel, met de titel “Laster en smaad door Kees Broer, in opdracht van CIDI, betaald met Maror gelden” over het boek. Ook deze organisatie kan het niet laten zowel inleiding als conclusie alvast in de titel te verwoorden. Laster en smaad zijn strafrechtelijke termen en de organisatie BDS zou aangifte kunnen doen, als ze daadwerkelijk van mening zijn, dat in het boek iemand belasterd wordt. In artikel 261:3 van het Wetboek van Strafrecht, over belediging en smaad, staat echter: “Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.” Zodoende zie ik een eventuele aangifte vol vertrouwen tegemoet.

Twee woorden zijn een scherpe stekel in het zwerende vlees van de organisatie BDS-Nederland en al zijn adepten: CIDI en Maror. De pro-Palestijnse activisten willen niet alleen de staat Israël en haar inwoners demoniseren, ze willen ook dat mensen met een andere mening over Israël dan zij, hun mond houden. Het documentatie centrum Israël geeft echter informatie over het Israëlische perspectief van het Midden-Oosten conflict en dat is tegen het zere been.

Theo Brand is eind-redacteur van de website NieuwWij, met als motto: “‘Nieuw Wij’, dat mensen met elkaar verbindt en onderlinge verschillen vruchtbaar maakt”. Deze eind-redacteur beweert, natuurlijk zonder het boek gelezen te hebben, dat in het boek “verdedigers van mensenrechten worden gedemoniseerd” en dat “elke kritiek op Israël bij voorbaat wordt gelabeld als antisemitisme.” Ik heb hem per email uitgelegd dat dit niet zo is en dat het boek slechts zijdelings over antisemitisme gaat. Hij gaat echter nog door:

Ik hoop dat Theo Brand alsnog het boek leest en een recensie voor NieuwWij wil schrijven. Nog bonter maakt de BDS-activiste Adri Nieuwhof het, als ze via Twitter probeert een gratis exemplaar van het boek te bemachtigen, maar het bij voorbaat al “een vod” noemt:

Ik hoop dat Electronic Intifada, waar Adri Nieuwhof voor schrijft, een recensie over het boek publiceert. Daarna komt de dominee uit Appingedam nog even kort door de bocht:

Uit alle reactie op Twitter blijkt, dat de pro-Palestijnse activisten helemaal geen inhoudelijk antwoord op het boek hebben. Ze kunnen het ook niet als een andere mening beschouwen. Ze willen de schrijver als een “fout mens” afschilderen en de uitgever beschuldigen van demonisering.



Podcast Mizrach over het boek

Vlak voor de boekpresentatie van het boek “De Boycot van Israël”, nam CIDI een podcast op.
In het interview vertelde ik over het ontstaan van het boek en over de BDS beweging in Nederland.

Beluister de podcast op spotify of via onderstaande link:

https://podcasts.google.com/feed/aHR0cHM6Ly9hbmNob3IuZm0vcy82OTEyY2EzYy9wb2RjYXN0L3Jzcw

Het tweede boek

Mijn tweede boek ligt in de boekhandel. “De boycot van Israël, demoniseren, delegitimeren, discrimineren.” Het kost 19,95 Euro en is te koop in de CIDI shop.

De inleiding:

Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) in Den Haag vroeg mij een boek over de wereldwijde BDS-beweging te schrijven en de lezer zo omvangrijk mogelijk daarover te informeren. De boycotbeweging tegen Israël roept bedrijven, organisaties en staten op, geen producten en diensten uit Israël te kopen of te verhandelen. In het verlengde van deze boycot wordt geprobeerd bedrijven die zaken met Israël doen te boycotten. Artiesten die in Israël optreden krijgen van BDS veel kritiek. Het doel van dit boek is, bedrijven, politici en journalisten, die in hun werk met de boycot tegen Israël te maken kunnen krijgen, helder en zakelijk hierover te informeren.

De publicatie van dit boek sluit aan bij het streven van CIDI, politici en maatschappij begrip over de beweegredenen van Israël bij te brengen en een reëel beeld van de geopolitieke context waarin het land zich bevindt, te schetsen. In dat kader wordt een boek over BDS, de beweging die de staat Israël, Israëlische bedrijven en uiteindelijk Joodse burgers bedreigt, relevant.
Ik heb al eerder een boek over het Palestina Komitee geschreven (2019) en geld als een kenner van de pro-Palestijnse beweging in Nederland. Sinds 2010 verzamel ik informatie over pro-Palestijnse acties en bezoek bijeenkomsten en demonstraties over dit thema. Enkele verslagen van boycot-Israël-bijeenkomsten zijn in dit boek opgenomen en bieden de lezer een uniek inkijkje in de wereld van deze activisten. De resultaten van mijn onderzoek kunt u in hoofdstuk elf, de BDS in Nederland, lezen. 
Terwijl ik in de afgelopen tien jaar aan het schrijven was over het thema Israël en de Palestijnen leerde ik, dat taal enorm belangrijk is. Met welke termen het conflict beschreven wordt, geeft al aan bij welk kamp de schrijver hoort. Met taal in geschreven en beeldende vorm worden ‘frames’ opgebouwd en haat gecreëerd. Het thema ideologie, taal en beeldtaal komt dan ook uitvoerig aan de orde in hoofdstuk twaalf.

In het boek worden de zakelijke beschrijvingen afgewisseld met interviews die verduidelijken hoe de boycot van de staat Israël uiteindelijk ingrijpt in het dagelijks leven van Joden en bedrijven die Israëlische producten verkopen. Ik ben blij dat voormalig lid van de Tweede Kamer Harry van Bommel, die namens de partij SP jarenlang actie tegen Israël voerde, een interview over zijn beweegredenen aan mij wilde geven.

De recente oorlog van mei 2021, tussen Israël en Hamas in Gaza, ontketende een groot aantal acties van BDS, zoals een poging tot academische boycot van Israëlische universiteiten en de beslissing van het bedrijf Ben & Jerry geen ijs meer op de Westelijke Jordaanoever te verkopen. Deze opleving van BDS noopte mij ertoe nog een hoofdstuk aan het boek toe te voegen. 

Ik probeer in dit boek de feiten zo objectief mogelijk weer te geven en stellingen te onderbouwen met noten en bronnen, maar ontkom er niet aan mijn eigen standpunten duidelijk te maken. Het debat over het Midden-Oosten is tenslotte zo gepolariseerd, dat het haast niet mogelijk is hierover een tekst te schrijven, zonder partij te kiezen. In hoofdstuk veertien, ‘Kritiek op BDS’ en hoofdstuk negentien ‘De strijd tegen BDS’ wordt duidelijk wat mijn standpunten over dit thema zijn. In de beschrijvingen van bijeenkomsten en demonstraties wordt ook al duidelijk welke gevoelens de boycot van Israël bij mij oproepen. Ondanks dat, is dit boek toch geschikt voor een breed publiek en roept het op tot verder discussie.

lees meer op over dit boek op de website:
BDSNL.nl of
Palestinakomitee.nl

De Vredes Duif

Na anderhalf jaar Corona-beperkingen kon Kees Broer eindelijk zijn onderzoek naar pro-Palestijns activisme in Nederland voortzetten, tijdens een bijeenkomst van Pax-voor-Vrede in de Geertekerk te Utrecht. De afgelopen maanden werden wel, via het internet, webinars over het thema Palestijnen georganiseerd, maar dan kan je toch niet de echte sfeer proeven. Nu kon hij eindelijk weer eens echte mensen ontmoeten.

Pax voor Vrede: “Israel and Palestine: Insider and outsider perspectives”

Veel te vroeg aangekomen, dronk ik nog een kop koffie op de Oude Gracht. Een oudere man begon met mij te praten, vroeg hoe het met mij ging en sprak vervolgens honend over de Heilige Schrift. Ik wist niet goed hoe met deze voor mij verwarrende situatie om te gaan en schreef het door hem geciteerde Bijbel-vers op. Het ging om Johannes 11:33.

Toen Jezus haar dan zag huilen, en ook de Joden die met haar meekwamen, zag huilen, werd Hij heftig in de geest bewogen en raakte innerlijk in beroering.

De geachte lezer zal nu misschien bij zichzelf denken dat ik probeer mijn religieuze overtuiging door zijn strot te duwen, maar in dit geval schrijf ik precies op hoe het gebeurde. Het citaat drukt op treffende wijze uit, hoe de rest van de avond is verlopen. Geert Wilders zou de sfeer in de Geertekerk te Utrecht nog korter en krachtiger verwoorden met de twee woorden: “Huilie Huilie”.

Binnentredende in de Geertekerk keek ik om mij heen en constateerde dat ik niemand kende. De gebruikelijke pro-Palestijnse activisten waren niet aanwezig. Jaap Hamburger was waarschijnlijk te moe na het bezoeken van het proces tegen de Israëlische politicus Gantz te Den Haag. Ook de immer aanwezige José van Leeuwen, die nog wel eens een kopstoot richting politieke tegenstanders wil uitdelen, schitterde door afwezigheid. Op zo’n moment mis je ze toch een beetje.

Het thema van de bijeenkomst was “Israel and Palestine: Insider and outsider perspectives”. De presentatrice van de avond, Mirthe Frese, merkte bij de opening van de avond geheel terecht op, dat niet helemaal duidelijk is wie de “insider” en wie de “outsider” is. Eén ding werd in ieder geval wel meteen duidelijk: Er waren alleen anti-Israëlische sprekers uitgenodigd. Het CIDI en de Israëlische ambassade bleven “outsider” tijdens deze avond. Mirthe maakte ook nog opmerkingen over de vraag of je het Midden-Oosten-conflict een “gecompliceerd conflict” mag noemen. Bovendien verontschuldigde zij zich dat ze bepaalde termen zoals “Palestina”, in plaats van “Palestijnse gebieden”, gebruikte.

De cabaretier Raoul Heertje mocht, als eerste geïnterviewde, nog even vertellen dat hij een zionistische opvoeding had gehad, maar tijdens zijn studie in Israël was ontgoocheld en zich nu tegen de regering van het land Israël heeft gekeerd. In de toekomst wil hij zich nog vaker over het Midden-Oosten conflict uitspreken. Mirthe Frese, die de avond voor de rest prima en onderhoudend heeft geleid, stelde een hele rare vraag aan Raoul Heertje, namelijk of de regering van Israël de antisemitische sentimenten in Europa niet misschien zelf veroorzaakt, door het gevoerde beleid. Heertje pareerde voortreffelijk door te stellen dat zowel linkse- als rechtse antisemieten het land Israël niet nodig hebben om antisemitisch te zijn. Op zo’n moment mogen we toch nog blij zijn, dat er iemand is uitgenodigd is die zelf nadenkt en geen holle frasen napapagaait. Met Raoul Heertje hadden we ook wel meteen het meest interessante gedeelte achter de rug.

De journalist Derk Walters (NRC) werd aan het woord gelaten en vertelde hoe hij in 2017 door de Israëlische autoriteiten “het land was uitgezet”. Ik ga in dit artikel niet verder in op deze affaire en verwijs naar Likoed.nl voor verdere details.

Gate ’48 is een organisatie van Israëlis in Nederland, opgericht door onder andere Erella Grassiani. Op de Universiteit van Amsterdam geeft ze les in: “Moving Matters: People, Goods, Power and Ideas”. (Ik verzin dit niet!) Erella beklaagde zich erover, dat haar anti-Israëlische organisatie Gate’48 geen subsidie van de ontwikkelingshulporganisatie Oxfam Novib meer krijgt. Oxfam wilde liever een project ondersteunen dat echt iets voor Palestijnen doet. Huilie huilie.

Na deze treurige verhalen realiseerde ik mij opeens dat ze, en dat zijn de anti-Israël-activisten, de strijd aan het verliezen zijn. Ze klagen over de media die slecht geïnformeerd zijn; Dat ze geen subsidie krijgen; dat de regering ook niets doet. De kerken in Nederland zijn ook al verkeerd voorgelicht. Het is één en al klagen. Vreemd genoeg klaagt de andere kant, de kant van de zionisten, over precies dezelfde media en kerken. Het zijn mensen die geen gelijk krijgen en dat wijten aan degenen die stukjes schrijven. Raoul Heertje en Derk Walters hebben als media-mannen toch genoeg kansen het werkelijke verhaal te vertellen. Maar toch nog klagen.

Derk Walters en Jack Munayer tijdens de Pax bijeenkomst

Toen waren we pas op de helft van de avond. Vragen mochten er niet gesteld worden en verder was het ook niet erg spannend en opwindend, door een gebrek aan tegenstelling en tegenspraak. Daar kwam ook geen verandering is toen Jack Munayer van EAPPI ten tonele verscheen. Wel werd langzaam duidelijk waarom deze avond eigenlijk was georganiseerd. Het was niet zozeer bedoeld om de vrede in het Midden-Oosten dichterbij te brengen of de deelnemers over het conflict te informeren. De partner van PAX, namelijk de “Ecumenical Accompaniment Programme in Palestine and Israel (EAPPI)” moest in het zonnetje gezet worden. Deze organisatie begeleidt de Palestijnse schooljeugd als ze langs een nederzetting of door een checkpoint moet lopen. Er worden internationale vrijwilligers geworven om aan deze activiteit mee te doen. Jack Munayer wordt tijdens deze vredesweek langs allerlei kerken en clubhuizen gevoerd om zijn verhaal over de checkpoints te vertellen.

Vlak voordat Jack Munayer de “vredesduif” uit handen van PAX voorzitter Anna Timmerman ontving, verbaasde hij het publiek nog wel even door te stellen dat de NGO’s in Israël en de Palestijnse gebieden een verlengstuk van de koloniale beïnvloeding zijn. Ik constateer dan, dat deze activist, ondanks de financiële steun uit Westerse landen en ondanks de gratis medewerking van vrijwilligers, toch nog wat te zeiken heeft. Maar Anna Timmer liet zich hierdoor niet afleiden en overhandigde de felbegeerde vredesprijs aan Jack Munayer.

Nizar Rohana en Mirthe Frese


De voorzitter van Pax, Anna Timmerman, kondigde tijdens haar speech aan, in de toekomst met verschillende partijen in Nederland in gesprek te willen gaan. Dat is een hoopvolle gedachte, want vrede sluiten doe je met je vijanden.

De Boycot van Israël

Demoniseren, Delegitimeren, Discrimineren

Mijn tweede boek (De Boycot van Israël) staat nu aangekondigd in de CIDI webshop.

https://www.cidi.nl/product/de-boycot-van-israel/

Dit indringende boek beschrijft de achtergronden, het taalgebruik, de motivaties en methodes van de BDS-beweging, de internationale boycot van Israel. Uit verschillende interviews blijkt hoe de boycot van een klein land in het Midden-Oosten zware gevolgen heeft gehad voor de levens van mensen in Nederland. 

Kees Broer studeerde culturele antropologie aan de Vrije Universiteit en bestudeert al tien jaar de pro-Palestijnse beweging in Nederland. Hij gaat naar demonstraties en bijeenkomsten om door participerende observatie erachter te komen wat de activisten beweegt. 

Het boek ligt nu bij de drukker maar is binnenkort verkrijgbaar in de CIDI webwinkel. U kunt nu alvast een exemplaar van het boek reserveren door een e-mail te sturen naar administratie@cidi.nl.

Deel dit product

Je kan de inleiding en de achterflap al lezen op deze website:

https://www.palestinakomitee.nl/bds.html

Israël bestaat en is de meest legitieme natie ter wereld

Recensie

Jarenlang slaat blogger Martien Pennings je met waarheden over Israël om de oren en is hij boos als iemand een andere mening verkondigt. Die beschuldigt hij dan van het hebben van “oude links-regressieve neigingen”  of in het ergste geval van “antisemitisme”. Dat moet je allemaal eens opschrijven, drongen goede vrienden al jarenlang aan. Vorige week stommelde ik een steile trap van driehoog in een grachtenpand te Amsterdam op en zag daar op de eettafel daadwerkelijk het eerste echte papieren boek van zijn hand: “Israël bestaat, en is de meest legitieme natie ter wereld.” Ik ben natuurlijk graag bereid de eerste recensie over dit prachtboek te schrijven.

Inhoudsopgave:
Bij het bekijken van de inhoudsopgave blijkt al dat Pennings dikke balken tot kleine planken zaagt. “Wie is toch de auteur van dit prachtboek?” heet één van de hoofdstukken. Het tweede hoofdstuk is getiteld: “Hersenspoeling door de media: anti-Israël en pro-Palmaffia”. “Obama: Islamofilie en Israëlhaat” is ook zo’n mooie titel. Je hoeft het hoofdstuk haast al niet meer te lezen om te weten wat er in staat. Het boek sluit dan ook af met de uitroep: “Biden is qua Israël erger dan Obama.”

Inleiding
Terwijl ik de inhoudsopgave van het boek van Martien Pennings doorlees en mij afvraag wat deze anti-Islam-activist nu eigenlijk wil bewijzen, besluit ik eerst eens de inleiding door te lezen. Is het misschien mogelijk, dat er een vraagstelling in de inleiding staat, waarna Martien stap voor stap en hoofdstuk voor hoofdstuk naar de beantwoording van de vraagstelling en uiteindelijk de conclusie gaat? Veel mensen weten het namelijk niet, maar Martien Pennings heeft wel degelijk een academische opleiding in de historische wetenschappen afgesloten.

Afbeelding links: Het Sykes-Picot-plan (1916)

Het heeft allemaal wel even geduurd, omdat hij op de MAVO al de neiging had leraren en andere boven hem gestelde functionarissen tegen hun benen te zeiken, maar op vierenveertigjarige leeftijd heeft hij dan toch een “bul” zoals dat zo mooi heet, ontvangen. Weliswaar moest daar een andere “grumpy old man“ uit de muppet-show, zijnde Maarten van Rossem, aan te pas komen, maar dan heb je ook wat.

Martien Pennings stelt geen vragen , maar geeft antwoorden. Dat doet hij het liefst met zo grof mogelijk taalgebruik om de waarheid van zijn stellingen nog eens te onderstrepen. Eén van de stellingen in het boek: “Arabierië en Iran (zeg maar: de Islam) willen de Joden vermoorden. Je kunt er nog aan toevoegen: in samenwerking met Westers regressief-links, maar dat is het dan ook wel in a nutshell.”

Aan het einde van de inleiding stuit ik op een opmerkelijke doelstelling van het boek: “Dit boek is geschreven met de bedoeling de betonnen koppen van regressief-links Nederland te penetreren, terwijl ik tegelijk géén illusie heb dat dit boek gelezen gaat worden door datzelfde narcistisch-hedonistisch Nederland”. Deze zin typeert in hoge mate de persoon Martien Pennings, omdat hij blijkbaar heel hard schreeuwt tegen een groep mensen, waarvan hij niet gelooft, dat ze naar hem luisteren. Aan de ene kant heeft Martien veel zelfkennis, want als je mensen voortdurend uitscheldt voor “Palmaffia”, “regressief” en “betonkop”, dan zullen die mensen niet tot luisteren geneigd zijn. Aan de andere kant blijft hij schelden omdat er heel veel woede in hem schuilt. Het is de vraag of hij zelf weet waar die woede vandaan komt. Waarschijnlijk is het gezegde van de befaamde Franse schrijver Jean-Paul Sartre hier van toepassing: “De hel, dat zijn de anderen.” De schrijver heeft een goed hart, maar zijn omgeving brengt hem steeds tot razernij. In de inleiding wordt wel duidelijk welke thema’s de schrijver tot razernij brengen namelijk: (regressief) links, dé Islam en nationaal-socialisme. Het is een beperkte en overzichtelijke wereld, die een structurele irritatie teweeg brengt.

“Wie is toch de auteur van dit prachtboek”

In dit eerste hoofdstuk laat Martien Pennings zich helemaal gaan, in die mate dat het toch weer grappig wordt. Hij beschrijft uitgebreid wie hij is, waar hij vandaan komt en hoe hij hiertoe gekomen is. Hij doet daarbij één ding helemaal goed, want hij citeert mijn eigen boek (“Vijftig Jaar Palestina Komitee”; 2019) .

Pennings blijkt de theorie van het cultuurmarxisme aan te hangen. Daarmee verwijst hij naar de ideologen van het Forum voor Democratie, met boeken als “Cultuurmarxisme er waart een spook door Europa” van Paul Cliteur, “Avondland en identiteit” van Sid Lukkassen en “De aanval op de natiestaat”, door FvD leider Thierry Baudet. 

De theorie van het “cultuurmarxisme” houdt in, dat het marxisme aan het einde van de jaren zestig reeds op zijn retour was, maar door de ‘68-beweging opnieuw opgewarmd. Thema’s als milieu, klimaat, derde wereld, rechten voor sexuele minderheden, vrouwenrechten en atoomenergie, worden met het “cultuurmarxisme” in verband gebracht. Vooral het toen in 1968 benadrukte hedonisme en de daarmee verbonden sexuele vrijheid worden door deze schrijvers bekritiseerd.  De klassenstrijd is afgeschaft, maar de  “marxisten” van de jaren zestig proberen hun immateriële doelen nog steeds te verwerkelijken door de culturele revolutie van 1968.  

In het kader van de toen ontstane “derde-wereld-beweging” is ook de kritiek op Israël toegenomen. Martien Pennings noemt dit als één van zijn beweegredenen om zich met dit thema bezig te houden. “Ik denk dat ik gelijk op met veel Israëli’s ben gaan haten. Dat mogen Joden natuurlijk niet, want alleen Palestijnen mogen haten”.  Haat is natuurlijk een hele slechte en tegenwerkende factor als je afgestudeerd historicus bent. Door de haat wordt je verblind en kan je de nuances niet meer zien.

In het verlengde van deze haat komt de tweede persoonlijk motivatie van Martien Pennings, namelijk kritiek op de Islam en de “linkse collaboratie met de Islam” om de hoek kijken. “Het genotzuchtige linkse wegkijken van de werkelijkheid; Ik ben een soort Israël geworden; Ik vecht voor mijn humaniteit; Ik dreig te verliezen in een oceaan van gekte.” Die motivaties kan je bij veel seculiere niet-Joodse pro-Israël activisten herkennen. Er zit een anti-Islam-element in en het besef dat we in een hele gekke wereld vol geweld wonen. Israël is dan het laatste baken van westerse normaliteit , beleefdheid en goed fatsoen.

Martien beschrijft in hetzelfde hoofdstuk uit welke hoek hij komt:  Een beweging van bloggers, die in 2004 is ontstaan en die we wel eens onbeleefd aanduiden als de “Erfgenamen van Theo van Gogh”.  Na de moord op de filmmaker van Gogh gingen meer mensen zich verdiepen in de Islam en daarover schrijven op Internet, vooral omdat de “main stream media” dat niet deden of op een manier deden die als “ wegkijken en goedpraten” werd ervaren. Ebru Umar, Peter Breedveld, Hoeiboei en Keesjemaduraatje zijn in die tijd als blogger actief geworden.

Veertien jaar geleden deed de schrijver van zich horen door, tijdens een podiumdiscussie in debatcentrum De Rode Hoed, luid schreeuwend op te springen en tegen de Islam te fulmineren.  Deze act wordt door Margalith Kleijweght in Vrij Nederland (11-12-2007) beschreven: “ De boze bloggers van de Rode Hoed, ik moet het land redden”. Martien Pennings over die discussieavond over de Islam in de Rode Hoed : “De grijze figuur in dat zwarte jasje op de eerste rij, die querulant die voortdurend probeerde te interrumperen en via lichaamstaal aangaf het met het verloop van de discussie niet eens te zijn, was ik. Noem mij uit die 1400 jaar geschiedenis van de Islam één positief ding, een fatsoenlijke maatschappij, een bijdrage aan mensenrechten en beschaving.”

Waarom Israël de meest legitieme natie ter wereld is.
Als de pro-Palestina-beweging altijd eenzijdig het negatieve over Israël bericht en vanwege deze demonisering en selectieve verontwaardiging antisemitisch genoemd kan worden, gaat Martien Pennings juist het tegenovergestelde beweren en noemt Joden slim gewetensvol en nuttig. Dat Joden overal veel jaloezie opwekken en dat ze de uitvinders van de wetenschap zijn. Hij legt ook uit waarom dat zo is. “Zo komt het dus, dat de Joden in de geschiedenis nooit een probleem zijn geweest, altijd een oplossing. Een denkend volk met een geweten, dat nooit agressie pleegt als je ze met rust laat”. Hiermee schep Pennings aan het begin van het boek al een probleem. Antisemitisme is erg, maar overdreven filosemitisme, de andere kant van de medaille, wekt ook wantrouwen.

Pennings vervolgt: “De Joden op de vlucht voor het absolute kwaad, kwamen het relatieve goede brengen met instemming van het geweten van de wereld, de Volkerenbond. En werden opnieuw geconfronteerd met datzelfde absolute kwaad. In die strijd zijn ze overeind gebleven en die strijd voeren ze nog steeds.” 

Martien Pennings problematiseert nergens in het boek. Pennings weet, stelt en vertelt de waarheid in hoofdletters. Hij onderzoekt wel andere meningen, zoals die van Chris van der Heijden (Israël een onherstelbare vergissing, 2008) en Ari Shavit (Mijn beloofde land 2017), maar trekt vervolgens alles uit de kast om die andere schrijvers te beledigen en zwart te maken.  

In die zin is het boek meer een verzameling van polemieken, dan een doordacht werk waarin een stelling onderzocht en uitgelegd wordt. Het is een goed boek voor mensen die het allemaal al weten of voor diegenen die graag sterk willen staan in een discussie met Israël-haters. Is alleen jammer dat dat soort discussie nauwelijks nog plaats vinden.

Een voorbeeld van zo’n drastische stelling is het verhaal over de conferentie van San Remo (april 1920) waar de grondslag voor de oprichting van de staat Israël is gelegd. Volgens Martien Pennings is daarmee de staat Israël internationaal rechtelijk gelegitimeerd. Toch is daar nog wel wat op af te dingen, tenminste het zou geproblematiseerd moeten worden. Na de Eerste Wereldoorlog, die door Duitsland en het Ottomaanse Rijk verloren werd, trokken de overwinnaars, Groot-Brittannië en Frankrijk een paar rechte lijnen over de landkaart en creëerde op die manier invloedssferen en later staten, zoals Irak, Syrië, Libanon, Jordanië en Egypte.In dat kader ontstond ook de belofte aan zionistische organisaties, een Joodse staat op te richten of toe te staan. In de Volkerenbond van destijds zaten echter alleen de Westerse mogendheden, terwijl de nieuwe Arabische staten pas later tot de internationale gemeenschap toetraden. In de Verenigde Naties , door Pennings consequent als “Verenigde Nazis” aangeduid, hebben wel alle derde wereld landen en jonge Arabische staten zitting. Dat is ook de oorzaak voor de hetze tegen Israël in die Verenigde Naties. Een merendeel van de landen in de VN worden namelijk dictatoriaal geregeerd en voelen zich solidair met de andere voormalig gekoloniseerde landen. 

Sykes-Picot
In dat verband is het interessant dat het Sykes-Picotverdrag in dit boek niet genoemd wordt. 

Het Sykes-Picotverdrag was een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk in mei 1916 waarin zij afspraken maakten over hun invloedssfeer in Zuidwest-Azië als de  Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk en Rusland erin zou slagen het Ottomaanse Rijk te verslaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was opgesteld door de Franse onderhandelaar Georges Picot en de Brit Mark Sykes. De Italianen en de Russen gingen ermee akkoord.

De verdeling van het gebied tussen de twee overwinnaars had grote gevolgen voor de relaties tussen het Westen en de Arabische bevolking. Sykes-Picot leidde tot weerzin van de Arabische tegen de Westerse wereld.

De lijnen die deze onderhandelaars destijds, meer dan honderd jaar geleden,  over de landkaart hebben getrokken zijn in grote mate nog steeds bepalend voor de landsgrenzen in het gebied. Tegelijkertijd heeft het trekken van landsgrenzen door het zand ertoe geleid dat er regionale conflicten, tussen Koerden en Turken, tussen sjiieten en soennieten, op zijn getreden. Ook het conflict tussen Israël en omringende staten is uiteindelijk veroorzaakt door de linialen van Sykes en Picot.

De resolutie van San Remo kan je beschouwen als één van de stappen tot het stichten van de staat Israël, net als de Balfour verklaring, de geheime Sykes-Picot-afspraken, en Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 29 november 1947, beter bekend als Resolutie 181 of het VN-verdelingsplan.

Het is goed dat Martien Pennings dit allemaal nog eens duidelijk beschrijft voor een klein publiek. Ik noem het een klein publiek, omdat door het taalgebruik in het boek en de scheldpartijen tegen tegenstanders of mensen met een andere mening dan Pennings, de mensen waar het betoog werkelijk voor bedoeld is, namelijk de pro-Palestijnse activisten en de D66-Groenlinks-kiezers, er geen kennis van zullen willen nemen. In dat opzicht is dit opnieuw een discussie tussen doven, waarbij het maar helemaal de vraag is, of deze discussie nu, in september 2021 nog gevoerd moet worden, want zoals Pennings schrijft: “Israël bestaat” en een hele grote jongen die het land daar weer weg krijgt.

Westelijke Jordaanoever
Een interessante discussie in het boek betreft de vraag of de staat Israël het gebied ten westen van de Jordaan ( Judea en Samaria, Westelijke Jordaanoever) mag beheersen. Volgens Martien Pennings natuurlijk wel en hij noemt alle voorkomende redenen in het boek: Joden hebben altijd al in het gebied gewoond; In het Britse Mandaat voor Palestina stond zelfs een deel van Jordanië als onderdeel van de toekomstige Joodse staat aangemerkt; De staat Jordanië heeft twee maal vanuit het gebied Israël aangevallen; Israël kan als veroveraar van het gebied in de oorlog van 1967, het gebied besturen. Allemaal goede religieuze- en staatsrechtelijke redenen, door Martien Pennings beschreven en aangevoerd, om de Westelijke Jordaanoever te bezetten en te besturen.

Ook in de discussie over de Westelijke Jordaanoever ontbreken de tegenwerpingen en discussies. Eén van de tegenwerpingen die gemaakt zou kunnen worden is, dat als het staatsrechtelijk allemaal zo goed geregeld is, waarom dan de inwoners van de Westelijke Jordaanoever een andere status hebben. Het staatsburgerschap wordt hen onthouden. Ik geef toe, dat wat Israël ook doet of besluit, het toch nooit goed is. In dat opzicht is deze halfslachtige situatie nog het beste te beheersen. Het argument dat “Joden een moreel recht hebben zich in Judea en Samaria (dat is de Westelijke Jordaanoever) te vestigen, omdat ze er al duizenden jaren woonden en omdat “volgend jaar in Jeruzalem” een centrale mythe in het Jodendom is, zijn natuurlijk in de hedendaagse wereldpolitiek geen steekhoudende argumenten. Alle andere argumenten om het in 1967 veroverde gebied niet op te geven worden trouwens wel in het boek genoemd. Ik vind de twee sterkste argumenten: Dat het voor de verdediging van Israël noodzakelijk is en dat er op dit moment geen partner voor vrede is.


Hoofdstuk 2: Hersenspoeling door de media, anti-Israël en pro-Palmaffia

In de titel wordt alweer de vraagstelling en de conclusie vastgelegd. Je hoeft het hoofdstuk nauwelijks nog te lezen om te weten wat er in staat. Waarom zijn de media en publieke opinie in Nederland, vergeleken met 1970, kritischer over Israël? Antwoord: “hersenspoeling”. Waarom is Martien Pennings dan niet meegehersenspoeld? Dan zal dan wel komen door de in de inleiding gememoreerde “hele hoge intelligentie” van de heer Pennings.

Martien Pennings klaagt en scheldt over de eenzijdige berichtgeving van zo’n beetje alle kranten behalve de Telegraaf en vraagt zich af wat mogelijk de reden hiervan zou kunnen zijn: Door de Islam en door Europa. Ik vind dat geen overtuigende argumenten. Volgens mij is deze trend van kritiek op Israël  sinds het jaar 1982 gaande en heeft twee oorzaken, namelijk de in de jaren tachtig drastisch opgetreden ontkerkelijking en het feit dat Israël in dat jaar Libanon veroverde en daarmee een aanvallende en sterke militaire kracht in het Midden Oosten werd. Nederlandse journalisten  kunnen zich wel met een ‘underdog’ identificeren, maar Israël was vanaf dat jaar geen ‘underdog’ meer.
 

Hoofdstuk 5: De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina versterkt door het oorlogsrecht.

Ook bij het schrijven van hoofdstuk 5, kan Martien Pennings de neiging niet onderdrukken, reeds in de titel van het hoofdstuk alles te vertellen wat hij te vertellen heeft: ”De in San Remo geformaliseerde historische en morele rechten van de Joden in Palestina versterkt door het oorlogsrecht. “ Pennings wil daarmee tot uitdrukking brengen, dat de rechten van Joden op het land voorkomen uit de San Remo-resolutie van 25 april 1920 en de bevestiging van het Mandaat voor Palestina door de Volkenbond op 24 juli 1922. Het was mij al opgevallen, dat als je staande op de Dam, liefst met een Israëlische vlag, in discussie gaat met voor-en tegenstanders, de jaartallen en resoluties je om de oren vliegen. De Balfour-verklaring, de resolutie van San Remo het verdelingsplan van 1947. Je moet wel een wandelende encyclopedie zijn om al die feiten en jaartallen te kunnen weergeven en ook nog eens op waarde weten te schatten. Toch vertelt Martien Pennings in het boek iets, dat ik nog niet wist. Aanvankelijk omvatte het Britse Mandaat voor Palestina, bedoeld om een Joodse staat te stichten, ook het hele grondgebied van het huidige Jordanië. Israël was dus ooit in theorie veel groter. Misschien is het een goed idee daar eens kaartjes van te tekenen en op een fietskarretje op de Dam ten toon te stellen.

De machtsverhouding in het Midden-Oosten verschoven zich na de Eerste Wereldoorlog echter snel, zodat de Engelsen al drie maanden na het ingaan van het Mandaat voor Palestina, het land Jordanië afsplitsen en aan Abdullah bin al-Husseini  de overgrootvader van de huidige koning van Jordanië gaven. In het overgebleven gebied van het Britse Mandaat voor Palestina zou in het vredesplan van 1947 nóg eens een stuk afgesneden worden, ten gunste van een Arabische staat. 

De rest van hoofdstuk vijf gaat grotendeels over de theorie dat de Moefti van Jeruzalem bij Adolf Hitler op bezoek is geweest en het vermoeden dat Hitler zelfs door de Arabische geestelijke is geïnspireerd. Deze informatie is gebaseerd op boeken, terwijl de tegenstander weer andere boeken noemt om het tegendeel te bewijzen. Ik ga pas weer iets over deze theorie lezen als iemand in de nazi-archieven duikt en er nieuwe feiten op tafel komen. Juist iemand met een wetenschappelijke historische achtergrond als Martien Pennings moet weten dat wijsheden van anderen minder van belang zijn, dan eigen brononderzoek. Daar kan dan weer een heel boek over geschreven worden.

mei 1916 Sykes-Picotverdrag Een geheime overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, waarin het Midden-Oosten in invloedssferen verdeeld wordt 
2 november 1917BalfourverklaringDe Britse regering verklaart positief te staan tegenover de stichting van een Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk in Palestina 
25 april 1920.San Remo Resolutie Frankrijk en Groot-Brittannië verdelen het Midden-Oosten in mandaatsgebieden, staten  en invloedsferen
23 september 1922Resolutie VolkenbondHet land Jordanië ontstaat op een deel van het Mandaatsgebied Palestina 
29 november 1947Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Verdeling van Palestina in een Joods- en een Arabisch deel
14 mei 1948OnafhankelijkheidsverklaringDe staat Israël ontstaat

Hoofdstuk 11: Zionisme-kritiek als Stockholm syndroom
In hoofdstuk elf, “Zionisme-kritiek als Stockholm syndroom”, schrijft Pennings, dat hij heel het jaar 2014 heeft besteed aan het weerleggen van het boek “Mijn Beloofde Land” van Ari Shavit. In totaal 17 essays schreef Martien over dit boek en hij schrijft dat hij dat deed “ter verdediging van Israël”. De vraag die je dan als objectief schrijver moet stellen:  Moet Israël verdedigd worden? Israël is intussen een sterke militaire macht in het Midden-Oosten, dat sinds 1948 alle oorlogen, soms op het nippertje, gewonnen heeft. De economie van Israël is gegroeid. Het is niet meer de agrarische staat met kibboetsen van de beginjaren. Israël sluit steeds vaker vredes- en handelsakkoorden met Arabische landen. Mocht je dan toch nog, door alle haat en propaganda, tot de conclusie komen: “Ja, Israël moet beschermd en verdedigd worden”, dan kan je nog afvragen: “Moet ik Israël beschermen?”. Mocht de hardnekkige doorzetter nog steeds zeggen: “Ja, iemand moet het doen”, dan kan je nog overwegen hoe Israël het beste verdedigd kan worden. Martien Pennings doet dat door dit boek te schrijven en het de titel ”Israël bestaat” mee te geven. 


“Ik vond het steeds verontrustender, die meanderende redeneringen vol onopgeloste antitheses in die schijnbaar oneindige tekst, vol met enerzijds en anderzijds, goed en slecht, positief en negatief, boordevol sociale, morele en psychologische duo-definities. En nogmaals: Shavit doet geen poging zijn tegenstellingen op te lossen. Nee hij gooit ze gewoon met emmers vol op de pagina en zegt tegen de lezer: ruim het maar op als je zin hebt.”

Deze paragraaf kenmerkt de houding van Martien Pennings zelf over het conflict. Hij wil zekerheden en standpunten. Pennings kan niet tegen “enerzijds-anderzijds”

Hoofdstuk 13: Chris van der Heijden, Israëlkritiek als psychotherapie
Martien besteedt wel drieënnegentig pagina’s  aan het boek “Israël, een onherstelbare vergissing”(2008), van de schrijver en docent aan de school voor journalistiek , Chris van der Heijden. Wat kan de reden voor zo’n uitgebreide recensie zijn? Het boek is intussen alleen nog antiquarisch te verkrijgen. Het boek is weliswaar destijds goed verkocht, maar door de hele Arabische lente en de daaropvolgende desastreuze gebeurtenissen in Egypte en Tunesië, gevolgd door de moordpartijen in Syrië en de aanslagen in Europa, kan toch niemand meer met droge ogen beweren, dat Israël de wereld in brand zet, zoals Chris van der Heijden heeft beweerd. Het boek heeft zich dus al zelf in de afgelopen dertien jaar buitenspel gezet en is achterhaald. In kringen rond CIDI en NIW (Nieuw Israelietisch Weekblad) wordt Chris van der Heijden als een “foute” schrijver gezien, niet zozeer vanwege zijn vader’s lidmaatschap van de Waffen-SS, maar  eerder door pogingen van Chris van der Heijden zijn vader’s verleden schoon te wassen.

Hoofdstuk 14: Biden is qua Israël erger dan Obama
Bij de eerste dertien hoofdstukken van Martien Pennings “prachtboek” kan je nog als verontschuldiging voor het geschreeuw en gescheld ter berde brengen, dat het om meningen, columns en polemieken gaat. Pennings wil graag de “waarheid” schrijven en laat zich wel eens gaan, als een andere schrijver een andere “waarheid” verkondigt, of dezelfde feiten anders interpreteert. Bij het veertiende hoofdstuk over de nieuwe Amerikaanse president Biden, slaat Martien de plank echter helemaal mis.

Het zijn slechts drie bladzijden en het lijkt erop, dat die voor de volledigheid aan het boek zijn toegevoegd. De verkiezing van Joe Biden zou een ramp voor Israël zijn, maar zijn presidentschap is nog niet oud genoeg om daar echte harde feiten over op te kunnen schrijven. Martien Pennings citeert daarom de conservatieve journaliste Melanie Phillips en die komt niet verder dan de twintigste verjaardag van de Durban-conferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheden (2001).

Zowel Martien Pennings als Melanie Phillips laten echter onvermeld, dat de Verenigde Staten deze twintigste verjaardag van de conferentie boycot. De overige “feiten” over de Durban conferentie kloppen ook niet. De slotverklaring van de officiële Durban-conferentie tegen racisme werd in 2001 onder druk van de Verenigde Staten en Israël afgezwakt, zodat er geen antisemitische en anti-Israël elementen in zaten. De zinnen die in hoofdstuk veertien worden genoemd en waarbij inderdaad Israël de schuld krijgt van alle racisme in de hele wereld, werden in een terzelfder tijd gehouden neven-conferentie opgeschreven.

Het is nog te vroeg om Joe Biden op het thema Israël te beoordelen. In het boek van Martien Pennings worden in ieder geval geen steekhoudende elementen aangedragen.

Hoofdstuk vijftien: Concluderende Epiloog
In hoofdstuk vijftien, Concluderende Epiloog, hoeft Pennings geen echte conclusie te trekken, maar vat alles nog even samen. Pennings beschrijft de tegenstelling pro-of contra-Israël als een links-rechts tegenstelling. De linkse mensen zijn allemaal tegen Israël en de rechtse mensen zijn vóór Israël. Afgezien van het wel erg eenzijdige wereldbeeld dat hier ten toon gespreid wordt, kan je ook opmerken, dat Martien Pennings Israël gebruikt om zijn politieke tegenstanders om de oren te slaan. Halfslachtige standpunten en enerzijds-anderzijds-gesprekken zijn uit den boze en worden genadeloos afgekraakt. In dat opzicht lijkt Martien Pennings op de mensen die hij bestrijdt.

Eindoordeel
De geïnteresseerde lezer zal de scheldpartijen en beledigende woordspelingen even voor lief moeten nemen, of er hartelijk om kunnen lachen, dat hangt van de politieke positionering in het spectrum af. Daarnaast is dit eerste boek van Martien Pennings zeer informatief en wat nog belangrijker is: gebaseerd op de WAARHEID. Degene die de in het boek aangedragen feiten weet te onthouden kan zonder meer een discussie met de Israël-haters aangaan.

Kees Broer
(In oktober 2021 verschijnt bij CIDI het tweede boek van Kees Broer: “De boycot van Israël, BDS, demoniseren, delegitimeren, discrimineren”)

Een weekend in Hotel Gaia te Diepenveen

“Volgens mij zijn we in handen van een antroposofische sekte of een ‘new age’- woongemeenschap gevallen. Maar laten we proberen het beste ervan te maken. We kunnen naar beneden gaan en op het terras gaan zitten. Misschien valt er met die hippies beneden nog wat te lachen.“

Hotel Gaia, van buiten, prachtig

Zo probeerde ik twee weken geleden, na aankomst in Hotel Gaia in Diepenveen de moed er nog een beetje in te houden. Het was natuurlijk weer mijn eigen schuld, want de recensies op Booking.com en Tripadvisor spreken boekdelen. “Een leuk hotel voor mensen die van de sfeer van de kringloopwinkel houden”, was nog één van de positiefste oordelen over dit hotel. De slechtste beoordeling van mei dit jaar ging zo: “De manier waarop het personeel en de eigenaar met klachten omgaat. Er werd zelfs gelogen over wie de eigenaar was en het daardoor leek dat niemand iets voor ons kon betekenen. De gehuurde ruimte stonk erg en de hygiëne was ver te zoeken. De beleving was tegengesteld aan de verwachting die de foto’s geven. Uiteindelijk is Booking.com ons tegemoet gekomen met een financiële compensatie omdat het hotel dit weigerde. Schandalig.”

Ik was zo blij een hotel gevonden te hebben, dat op slechts tweehonderd meter van ons vroegere huis in Deventer lag, dat ik zonder de recensies te lezen, meteen geboekt had. Van 1960 tot 1967 woonden we aan de rand van Deventer in de vervallen buurt Platvoet. Sommige huizen waren al afgebroken en de kelders, gevuld met water, gaapten je tegemoet. Daar speelden wij als kinderen tussen. ’s Ochtends liep ik langs het zandpad, genaamd, achterweggetje, naar de Christelijke Nationale Juliana school te Deventer, terwijl teckels mij keffend en bijtend achterna zaten. Het is eigenlijk een wonder, dat ik nu zo’n angstvrije en uitgebalanceerde volwassen boomer ben geworden.

Café “De Platvoet”, zoals het was.

De foto’s van het hotel zagen er mooi uit. Een prachtig oud slot, gebouwd door Albertus Jacobus Duymaer van Twist, oud-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, in heldere gelige kleuren. De foto’s van de kamers laten strakke moderne vormen zien. Wat kan er mis gaan? Ik betaalde 713,70 Euro voor een verblijf in een appartement van zaterdag tot maandagochtend. De geachte lezer zal mij nu achteraf voor gek verklaren, en terecht. Vorig jaar in Andijk betaalden we ruim 800 Euro voor een huisje en dat was allemaal prima geregeld. Dus ik heb niet bij deze prijs stilgestaan.

Op de dag voor vertrek las ik nog eens goed na, of we beddengoed mee moesten nemen en wat er in het appartement aanwezig was. Heel ‘sneaky’ stond er tussen de beschrijving van de aanwezige föhn en het beddengoed, dat de bovenste verdiepingen per trap bereikbaar zouden zijn. Ik belde het hotel en kreeg te horen, dat het appartement op zolder lag. Alleen bereikbaar per trap. Mijn moeder is 91 jaar pud en moest dus drie trappen op. Omboeken was niet mogelijk en een andere kamer niet beschikbaar.

De gang van het 'appartement'

Op de dag van aankomst struikelde mijn oude moeder al meteen over een opgekruld tapijt in de ingang. Het antwoord van de verantwoordelijke medewerker was al meteen een goede illustratie van de service-bereidheid van het personeel van Hotel Gaia. “U zag het toch?” voegde de baliemedewerker mijn moeder in plat Sallands toe. Toen moesten we nog naar boven. Na de drie trappen toch maar naar boven gezeuld te zijn, waarbij mijn moeder haar beste beentje voor zette, zeeg de moed der wanhoop al snel naar een dieptepunt. Een donker hol, onder het dak. De balken niet geverfd. Gehaakte sprei in de kleuren oranje en bruin, uit de jaren vijftig, op het bed.

Kamer 2

Mijn moeder begon al meteen over de oorlog. “Anne Frank had het in het Achterhuis ook niet makkelijk.” Ik probeerde deze volkomen misplaatste vergelijking al meteen de kop in te drukken, maar dat mocht niet baten. De toon was reeds gezet. “Vluchtelingen moeten tegenwoordig ook nemen wat ze aangeboden wordt” vervolgde mijn moeder haar relaas. Ik wilde uitleggen, dat de vluchtelingen in Ter Apel een mooie zomerwoning aangeboden krijgen, waar een nieuwe Miele wasmachine voor de nodige reinheid zorgt. Bovendien hoeven ze daar niet voor te betalen. Het precieze bedrag dat ik voor dit hok in Diepenveen had betaald, wilde ik niet kwijt. Ze zou mij zonder schroom uitlachen, dat wist ik nu al.

De grote kamer

We inspecteerden de keuken van het appartement en kwamen tot de conclusie dat we daar niet in konden koken. Geen oven, geen magnetron en een incomplete set aan kookgerei. Er stonden wel een paar bordjes, die de eigenaren van de rommelmarkt geplukt hadden, maar geen soepkommen of ontbijtborden. De keuken was al net zo slecht als de rest van het appartement. Bij het inchecken hadden we een tafel beneden in het vegetarische restaurant gereserveerd. Omdat we toch niet konden koken in dit hol en omdat we snel weg wilden zijn, gingen we toch maar naar beneden om te zien of de vegetarische maaltijd dan tenminste goed was.

Het servies

Hotel Gaia heeft een prachtig terras met een mooi uitzicht. Aangezien de meeste mensen toch nog een voldoende voor deze kenmerken geven, krijgt dit hotel wel de algemene beoordeling ”voldoende” mee. We kregen een mooie tafel toegewezen en wilden al beginnen met de welverdiende ontspanning, waarvoor deze reis uiteindelijk bedoeld was. De twee dames naast ons lieten echter op luide toon weten, niet tevreden te zijn, over de verstrekte broodplank met sausjes. De sausjes smaakten namelijk nergens naar. De iets oudere ober, die naar later onderzoek bleek de eigenaar te zijn, maakte zich er met een heel flauwe opmerking vanaf: “Ik heb de sausjes zelf niet geproefd”. Aangezien ik mij voorgenomen had, te gaan ‘lachen met hippies op het terras’ wendde ik mij van mijn vrouwelijk gezelschap, zijnde mijn eigen vrouw en mijn oude moeder, af en bemoeide mij met de dames naast mij. “Als iemand in dit etablissement een opleiding hotelschool had gehad, dan zouden ze gewoon nieuwe sausjes brengen”, mengde ik mij in de discussie.

De zoldertrap

Eén van de dames liet weten al vierendertig jaar in Denemarken te wonen en daar nog nooit zo’n slechte service te hebben ondervonden. De andere dame vertelde dat ze in Utrecht woonde, maar binnenkort naar Deventer zou gaan verhuizen. “Wat zou een reden kunnen zijn vanuit Utrecht naar Deventer te verhuizen”, vroeg ik haar. Het antwoord kwam kort en duidelijk: “De rust, want hier gebeurt nooit iets.” Ze was vorig jaar oktober ook al in dit hotel geweest en had toen in een ijskoude kamer zonder verwarming geslapen.

De Deense dame had intussen een ovenschotel met moussaka voor haar neus staan, maar was daar niet tevreden over. Ze wees naar de moussaka die bij mij was opgediend en vroeg aan de ober: “ Waarom is zijn moussaka mooi en fris en waarom is mijn moussaka zwart en bruin. Dat kan toch niet goed zijn?” De ober had er geen gepast antwoord op en liep weg. Ik begon mijn eigen moussaka op te eten.

Kunst op de trap

“Moussaka is een traditioneel gerecht gemaakt op basis van aubergine, afkomstig van de Griekse kok Tselementes, die alle gerechten uit de tijd van het voormalige Ottomaanse Rijk wilde bannen. Hij schreef in het begin van de twintigste eeuw een kookboek met onder meer het recept van moussaka.” De kok van Hotel Gaia had kennelijk besloten niet alleen de ingrediënten uit het Ottomaanse rijk te weren, maar ook de Griekse aubergine te vervangen door aardappelen en courgettes. Aangezien deze kok bovendien niet kon koken had hij de groente er rauw ingestopt en met een rode saus overgoten. Ik zat dus gewoon rauwe aardappel te eten. De Deense vrouw was intussen in mij geïnteresseerd geworden en vroeg hoe de moussaka bij mij smaakte. “Ontzettend slecht”, deelde ik haar mede.

Plastic fruit


Op de wand van de schamele keuken van het appartement prijkte een visitekaartje, waarop duidelijk werd gemaakt, dat alleen in geval van heel grote nood, naar de eigenaren gebeld mocht worden. Er staan twee mobiele telefoonnummers op. Aangezien het internet van het hotel het slechts bij tijd en wijle deed, hetgeen mij al helemaal niet meer verbaasde, kon ik niet opzoeken of er op het internet nog meer over deze mensen te vinden was. Later die week, vond ik het hele tragische verhaal van de eigenaren. De vrouw was ooit student kunst aan de hogeschool Enschede, hetgeen de aanwezigheid van enorme schilderijen her en der in het gebouw verklaarde. Geen hotelschool gedaan, waarom zou je ook.

Een donker hol

Samen met de mannelijke eigenaar had deze mislukte kunstenares ook nog een kasteel in Olst gekocht, dat alleen voor recepties en partijen ter beschikking stond. De ‘reviews’ van dat kasteel waren al net zo slecht als van Hotel Gaia. Blijkbaar was er nog geen instantie ter wereld op het idee gekomen om aan deze ellende en oplichterij een einde te breien. Op de muur van het hotel stonden zelfs vier sterren van HotelStars.eu. Voordat deze Bonnie en Clyde aan het kastelenavontuur begonnen, hadden ze eerst een restaurant in Deventer gehad, maar dat project mislukte. Daarna waren ze een ‘Australisch restaurant’ in Raalte begonnen, waarvan de beoordelingen eerst lovend waren, totdat ook deze droom in rook opging en ze de uitspanning verkochten. De droom is er steeds geweest, maar door de schuld van anderen, bijvoorbeeld klagende gasten, kon die droom geen werkelijkheid worden. Dat is kort samengevat de levensbeschrijving van dit echtpaar.

Mooi uitzicht

De boog kan niet altijd gespannen staan, moeten de eigenaren en het personeel van Hotel Gaia gedacht hebben. Altijd maar in de weer met het verzorgen van gasten en alle wensen van deze notoir ontevredenen te vervullen. Laten we een dag in de week vrij nemen en ons die dag in de week eens bezighouden met de écht belangrijke dingen in het leven, kunst bijvoorbeeld. Zo kon het komen, dat vanaf tien uur zondags ’s avonds, alle medewerkers en personeel verdwenen waren. Midden in de zomer! Uit voorzorg hadden ze nog wel de deur naar de benedenverdieping op slot gedaan. Ze waren zeker bang dat we de meubels naar de kringloopwinkel terug zouden brengen. De enige uitgang bestond uit een smalle trap aan de achterzijde, waar vroeger het personeel van de oud-gouverneur van Ons Indië langs geslopen was. Mijn moeder moest dus op maandagochtend weer drie trappen af, maar moest zich daarbij wel stevig vasthouden en niet struikelen.

De gezellige zolder

Het ontbijt van de maandag stond klaar in de koelkast. Er waren nog drie groepjes gasten over. Voor elke groep een papieren zak met hompen brood uit de Biologisch Dynamische winkel van het dorp Diepenveen. “Vroeger hadden we niks”, zei mijn moeder, toen ze de dikke plakken door haar keel moest wurmen. “Nee, moeder, vroeger hadden jullie niks, de Duitsers hadden alles opgegeten”, probeerde ik de moed erin te houden. “Op houten banden reden jullie naar het verzet en jullie hadden niks.”

Hompen brood
Verdroogde korenstengels als decoratie
Bestekla
Gezellig zitje
Badkamer

De slordigheden van het NRC

De zogenaamde zwerver (nomad), activist, consultant, vervelio en voormalig Fair Food-directeur Frank van der Linde liet al enkele dagen voor verschijningsdatum weten, dat het NRC maar liefst twee pagina’s aan hem zou wijden. Waar zou het over gaan, vraag je je dan af. Frank is al ruim tien jaar full-time actievoerder en hij heeft niks bereikt. Quinsy Gario stond tenminste nog op de kandidatenlijst van BIJ1, maar een arme blanke man, zoals Frank, mag alleen maar pamfletten van BIJ1 uitdelen. DocP bestuurslid Theodora Siemons-Ballout (Dorien Ball) is intussen fractiemedewerker van BIJ1, maar Frank slaapt ’s nachts op een bankje. Dat beweert hij tenminste.

Eigenlijk zouden we geen aandacht aan deze aan lager wal geraakte FairFood-manager moeten besteden. Geenstijl pakte wel meteen uitgebreid uit, maar dat komt omdat Geenstijl er valselijk van beschuldigd werd het adres van de aandachtsjunk te hebben gepubliceerd. Is niet zo. Frank had zijn adres zelf op zijn website gezet. Vervolgens schrijft NRC afgelopen zaterdag, dat Frank zijn huis moest verlaten en dat zijn huur werd opgezegd, omdat hij bedreigd werd. In verband met het onderzoek voor mijn tweede boek, dat in oktober uitkomt (De boycot van Israël, BDS, Demoniseren, Delegitimeren, Discrimineren) onderzocht ik ook deze bewering van Frank en er blijkt niets van te kloppen. De buren vertellen mij, dat er wel ruzie is geweest, maar dat Frank niet middels een kort geding uit zijn woning is gezet, zoals hij op Facebook heeft beweerd. Het NRC brengt het nog iets genuanceerder, maar heeft de beweringen van Frank van der Linde helemaal niet gecontroleerd.

Het artikel over Frank van der Linde, van afgelopen zaterdag, staat vol met fouten, weglatingen en onzorgvuldigheden.

  • Dat Geenstijl het adres van Frank van der Linde zou hebben gepubliceerd. (is niet zo)
  • Dat de stedenband Amsterdam-Tel Aviv, door de acties van Frank van der Linde, zou zijn opgezegd. Is niet zo. De stedenband is veranderd in een stedenband Tel-Aviv-Ramallah. De NRC heeft het niet gecheckt.
  • Dat het NCTB “zomaar” informatie over Frank van der Linde aan politiediensten doorgeeft. Er zijn vele redenen om Frank van der Linde in de gaten te houden. Als de NRC redacteuren Andreas Kouwenhoven, Esther Rosenberg en Romy van der Poel, onderzoek in hun eigen NRC archief hadden gedaan, dan hadden ze kunnen zien, dat Frank van der Linde, met een groep radicale pro-Palestijnse activisten, waaronder de inmiddels vergeten Abulkasim Al Jaberi, de destijds 84-jarige Israëlische theatermaakster Lia König heeft aangevallen en dat hij in het NRC optrad als woordvoerder van deze groep (NRC 15 September 2014). In dat korte gesprek kondigde hij aan: ,,Dit is een nieuw begin. Ik heb geen enkele terughoudendheid meer.” Schrijfster Natascha van Weezel onthulde later in de Groene, dat deze groep zelfs van plan was een ander theater aan te vallen. In het licht en het kader van de moorddadige aanslag op het theater Bataclan in Parijs (november 2015; 89 doden), is het meer dan logisch en ook nodig, dat het NCTB dit soort vogels goed in de gaten houdt.
  • In juli 2016 laat Frank van der Linde op Facebook weten, bewapend te zijn. De wijkagent laat vervolgens weten, dat Frank op het bureau moet komen om zijn wapen te laten zien, hetgeen Frank weigert te doen. Het NRC schrijft ook hier klakkeloos over wat Frank van der Linde beweert. Er wordt op geen enkele manier door het NRC onderzoek gedaan.
  • Het NRC vermeldt niet waarom Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam de “Schreibtisch Täter” Frank van der Linde in een de-radicaliserings-programma heeft gestopt. Frank was namelijk op een gegeven moment al doorgedrongen tot het huis van de burgemeester, tijdens een zogenaamde “Joods-Marokkaanse Dialooggroep”. Enkele deelnemers van de dialooggroep hebben de burgemeester op de werkelijke achtergrond van Frank van der Linde gewezen. Frank werd toen uit de dialooggroep gezet. (Zie ook de foto hierboven)

De acties van Frank van der Linde gingen zelfs zover, dat overtuigde anarchisten als Krijtje van der Stoep (echte naam bij mij bekend) afstand namen, zoals in onderstaande chat te zien is.

Frank van der Linde heeft zijn “One Minute of Fame” weer even gehad. Intussen dringt de Bijstandsambtenaar erop aan, dat hij eindelijk weer eens werk moet gaan zoeken. Dat zou toch wel het beste voor iedereen zijn.

Openbaar Ministerie vervolgt Jihad vlag niet

Op 6 juni 2021 vond op de Dam te Amsterdam een pro-Palestina demonstratie plaats. Afgezien van enkele incidenten, waarbij een Israëlische vlag gestolen werd en omstanders bedreigd, vond er nog een opmerkelijke overtreding plaats. In de demonstratie werd een Palestijnse-of Fatah- vlag getoond, met op de achterkant een jihad vlag. Zie eerste foto.

De vlag van de Jihad bestaat uit een zwart veld met in witte letters de sjahada: de islamitische geloofsbelijdenis. Verder is het zwart een verwijzing naar de eindstrijd, waarin het eindgevecht tussen gelovigen en ongelovigen plaats zal vinden en waarin de gelovigen eveneens de zwarte vlag zullen voeren.

De Joodse activist Michael Jacobs heeft aangifte van het dragen en tonen van een jihad vlag gedaan. De vlag werd ter plekke door de politie in beslag genomen. De politie heeft enige tijd de vlag kunnen bestuderen en met andere vlaggen vergelijken, maar kwam in de week van 28 juni tot de conclusie, dat er geen strafbaar feit was gepleegd en dat er niet vervolgd gaat worden. Er werd letterlijk gezegd en geschreven dat de vlag niet als jihad vlag was herkend.
Deze seponering is opmerkelijk, aangezien in andere gevallen, onder andere in juli 2014 in de Haagse Schilderswijk, op de Dam in Amsterdam en in september 2014 in Hoorn, deze zwarte vlag met de islamitische geloofsbelijdenis in witte Arabische letters, wel als “Isis-vlag” werd herkend. De vlag werd zowel door Isis als door terreurgroep Al Qaida gebruikt.

Het is opmerkelijk, dat de pro-Palestijnse demonstraties, die naar aanleiding van de Gaza oorlog van mei 2021 werden gehouden, niet alleen door de moslimbroederschap wordt beïnvloed, maar dat er nu ook salafistische symbolen als de Isis -of jihad-vlag worden meegedragen. De pro-Palestijnse groepen als DocP, BDS Nederland, The Rights Forum of het al oudere Palestina Komitee, nemen geen enkele afstand van dit vlaggenvertoon. Alles wat islamtisch- en tegen Israël is, keuren zij goed.

De vraag is, of de vlaggenzwaaiers door de rechter vervolgd kunnen worden. De jihad vlag is namelijk niet exclusief van Isis of Al Qaida, maar een algemene islamitische vlag met een geloofsbelijdenis. De bedoeling van de dragers van de vlag is duidelijk , maar is het strafrechtelijk verboden?

Ans Boersma heeft een plank voor haar kop

De Nederlandse journaliste Ans Boersma werkte tot 2019 voor verschillende media in Turkije. Terwijl ze in een autobus naar haar werk reed, werd ze aangesproken door een Syrische man en werd verliefd. In een poging hem naar Nederland te halen, vulde ze de immigratiepapieren voor een toeristenvisum in. Daar schreef ze, dat haar vriend een zakenman was en zelf in zijn onderhoud kon voorzien. Dat was een leugen.

In 2019 doet Nederland een rechtshulpverzoek aan Turkije, omdat justitie met Ans Boersma wil praten, in verband met de verdenking dat haar vriend een leider van de terreurgroep Jabhat al-Nusra, in Syrië is. Hij wordt verdacht van het plegen van 19 moorden. Ans Boersma wordt onmiddellijk Turkije uitgezet. In de maanden erna verliest zijn al haar journalistieke zzp-werk. Zelfs een baan als docente mag ze niet langer uitvoeren.  

Nu heeft de rechtbank haar op 3 juni veroordeeld, wegens valsheid in geschrifte. Ze handelde volgens de rechtbank “achteloos en opportunistisch”. Ze krijgt geen verdere straf opgelegd, omdat ze alles al kwijt is. Haar vriend Aziz A., beter bekend onder de naam “Balieterrorist”, omdat hij tijdens een debat in de Balie door slachtoffers werd herkend, wordt later berecht.

Wie krijgt er nu de schuld? Wie heeft er schuld in deze onverkwikkelijke zaak? De Balieterrorist omdat hij aan de Syrische burgeroorlog deel heeft genomen? Ans Boersma omdat de grenzeloos naïef is geweest? De Nederlandse justitie, omdat ze ook op een andere manier met Ans Boersma in contact had kunnen komen? Turkije, omdat het een Nederlandse journalist uitwijst? Allemaal fout gedacht. De clichématige en seksistische media hebben het volgens Ans Boersma gedaan, omdat de media “in een frame stappen en er niet meer uitstappen”.

Ans gaf uitgerekend aan Fréderike Geerdink een interview, dat werd afgedrukt in het journalistenblad Villamedia van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten. Fréderike Geerdink werd op 6 januari 2015 enkele uren vastgehouden in de Turks-Koerdische stad Diyarbakır op verdenking van terroristische propaganda voor de PKK. Is allemaal met een sisser afgelopen, maar Geerdink weet dus waar ze het over heeft. Verder is iedereen verkeerd bezig, volgens Ans Boersma. Het asielbeleid is fout. De journalisten die “trappen in een frame”. Het personeelsbeleid van kranten, waardoor ze geen werk meer heeft. Maar ze laat het er niet bij zitten. Ze “moet misschien het heft weer in eigen hand nemen”. Ze “heeft zich verstopt om zich te beschermen tegen voortdurende aanvallen . Misschien is het tijd weer stevig te gaan staan in mijn werk. Mezelf weer zichtbaar te maken als journalist”, aldus Ans Boersma.

Ik neem het Ans Boersma kwalijk, dat ze geen enkel berouw toont. Er kan geen sorry af, tegenover de Nederlandse publieke veiligheid die ze in gevaar heeft gebracht, door haar valsheid in geschrifte. Een enorme plank voor haar kop. Ik ben benieuwd waar ze straks nog terecht kan.